De meeste bridgers willen wel hun niveau verbeteren, maar doen er liever niet al te veel moeite voor. Een interessante vraag die zich dan aandient, is daarom: hoe kan het snelst vooruitgang geboekt worden? Is dat door een aantal biedconventies in het arsenaal op te nemen, een aantal lastige speelproblemen door te nemen of een aantal biedwedstrijden met je partner te doen?
Alle zijn zonder meer nuttige oefeningen. Het nadeel van veel biedconventies is dat ze weinig voorkomen. Neem nu een slemconventie als Roman Key Card Blackwood (ook wel vijf azen Blackwood genoemd, omdat troefheer als aas meetelt). Op zich een uitstekende uitvinding en nuttig biedwapen, maar als u die conventie één keer per avond toe kunt passen is het al veel.
De meeste winst is daarom te boeken door je te verdiepen in het tegenspel. Dit is namelijk iets wat statistisch in 50% van de spellen weer terugkomt. Ik heb het even niet over allerlei 'sophisticated' signaleringssystemen, maar veel meer over tegenspel met gezond verstand.
Een hoofdstukje dat in dit kader zeer de moeite van het bestuderen waard is, heet 'De Switch'. Het is terug te vinden in het K-beter-bridge-met Berry-Westra-boekje. De spellen die Westra hierin geeft als voorbeelden zijn juweeltjes. Het volgende spel vind ik een van zijn mooiste composities (zie diagram 1). Wilt u eerst even zelf puzzelen, bedek dan de oost- en zuidhand.
West komt na een preëmptieve 3-opening (zwak met een zevenkaart) van zuid en een verhoging naar 4 van noord uit met A en neemt ook H mee. Hoe nu verder? Het is duidelijk dat er 'geswitcht' (overstappen op een andere kleur) moet worden, maar speelt u ruiten of harten?
Als u ruiten speelt, bevindt u zich in goed gezelschap, maar u bent te laat om de leider down te kunnen spelen. Oost kan nemen met A, maar krijgt H nooit meer binnen. Zuid kan zijn verliezende harten na troeftrekken op de ruiten wegwerken. Als u in slag drie harten switcht, mag de leider kiezen tussen een langzaam of snel einde, maar één down is onontkoombaar.
Als je het complete spel bekijkt, ziet het er niet eens zo bijzonder uit. Het gekke is dat als je dit spel ter oefening aanbiedt, vrijwel iedere westspeler verkeerd tegenspeelt. Als je het naderhand uitlegt, ondergaat iedereen een aha-erlebnis. De crux voor west is om af te leiden dat oost vermoedelijk H en A zal hebben, gezien de 3-opening van zuid. Veel spelers komen niet verder dan dat oost A wel zal hebben en daarom spelen ze ruiten na.
Een ander leuk spel uit dit hoofdstuk is het volgende (zie diagram 2). Hier staat de derde man (oost) voor de keuze naar welke kleur hij moet switchen.
Zuid opent 1, noord biedt 2, zuid herbiedt 2 en noord eindigt het bieden met 4. West start tegen 4 met V, die oost neemt met de aas, zuid bekent met een kleintje. Wat nu?
Uit de uitkomst kan oost afleiden dat zuid H nog moet hebben, dus heeft het weinig zin om harten door te spelen. De enige reële kans om de leider down te spelen, is als west nog A heeft. Speel daarom een kleine klaveren na voor de aas van west, die dan klaveren na kan spelen door de vrouw van de dummy, waarna HB ook nog twee slagen worden. Heeft de leider A, dan is er toch niets te redden, want op de ruiten van de dummy verdwijnen na het troeftrekken eventueel verliezende klaveren.
De moeilijkheid van dit oefenspel is dat je als oost een kleur aan moet snijden van HB-vierde met de vrouw in de dummy, terwijl er een gerede kans is dat de leider de aas heeft; dat is voor veel spelers een psychologische barrière die niet zo gemakkelijk te doorbreken is.
Ook in het vervolgboekje van Westra (K) komt het tegenspel aan de orde. Welke honneur speelt u bij met VBx in een kleur, waarvan partner met een kleintje start en er twee of drie kleintjes in de dummy liggen? Het juiste antwoord is de boer. De reden is dat als de leider neemt met de aas (en partner onder de heer uitgekomen is) dat partner weet dat jij de vrouw moet hebben, anders had de leider de boer wel met de vrouw genomen. Maar wat nu als partner met de aas start en je hebt VBx in die kleur? Westra geeft dit voorbeeld (zie diagram 3).
Zuid opent met 1, west volgt met 2, noord biedt 2, zuid herbiedt 2 en noord rondt het bieden af met 4. West komt uit met A. Hoe moeten OW dit varkentje wassen?
Westra adviseert om onder de aas de vrouw te gooien! Dit garandeert de boer (of je hebt de vrouw sec). Waarom dat hier van belang is, blijkt als u naar de klaverenkleur kijkt.
OW moeten als de bliksem kunnen twee ruiten en twee klaverenslagen maken, voordat de leider de lange harten van de dummy gaat benutten. Dat kan alleen als de klaveren door oost ingespeeld worden. Als west AH meeneemt, kan hij alleen nog A maken (de rest van zuids verliezers gaan na troeftrekken weg op de lange harten van noord). Als oost V onder de aas gooit, weet west dat oost ook B moet hebben en kan hij dus een kleine ruiten naspelen voor de boer van oost. Klaveren na vanuit oost bezegelt dan het lot van de leider.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.