Het begon twintig jaar geleden, in 1984, met een klein artikeltje in de Arnhemse Koerier. Nel de Blécourt zocht adressen van mensen die in de vakantietijd een slaapkamer wilden verhuren aan fietsende vakantiegangers. Het moesten slaapplaatsen zijn in Gelderland, want daar waren nauwelijks goedkope overnachtingsmogelijkheden voor de doortrekkende fietser, had zij ontdekt. Je had wel jeugdherbergen, maar daar voelden de wat oudere fietsers zich meestal niet zo door aangetrokken.
Mevrouw De Blécourt, zelf een 50-plusser, dacht dat er binnen de kring van haar leeftijdsgenoten wel interesse moest zijn om in hun huis één kamer 'af te staan' aan passanten op de fiets, tegen een kleine vergoeding. En zo kwam de oproep in de regionale krant. ,,Er waren zoveel mensen in dezelfde situatie als wij -kinderen het huis uit, kamer over, tijd om voor gastvrouw te spelen. Ik dacht: ik ga het gewoon proberen. De tijd was er rijp voor. Iedereen lachte me uit. Mijn man vond het eigenlijk maar niks, die hield wat meer van zijn privacy.''
Maar Nel (inmiddels 72) was een beetje flauw van haar bestaan als onderwijzeres en wilde wel eens wat anders. Het idee van overnachtingen bij particulieren was bij haar opgekomen op een van hun vakanties in Scandinavië. Daar hadden de De Blécourts op hun rondreis zo gemakkelijk onderdak gevonden in stuga's in de bossen of bij mensen op het erf. Van die trekkershutten waren er toevallig net een paar in Nederland geïntroduceerd, in Overijssel en Brabant met name. ,,Gelderland kreeg ze niet.'' En daar was er volgens Nel nu juist zo'n behoefte aan.
Haar oproep was meteen raak. Binnen een mum van tijd had ze zo'n twintig adressen kunnen noteren. En na een interview liep dat aantal tot bijna tachtig op. Maar daarmee was de energieke Zevenaarse er nog niet. Er moest een stichting en een naam komen (dat werd 'Vrienden op de Fiets') en een boekje waarin ongeveer honderd adressen voor logies en ontbijt vermeld stonden. Fietsers die donateur werden, kregen het boekje toegestuurd, maar dan werd wel verwacht dat zij ook zelf als gastadres zouden optreden. Die koppeling hield niet lang stand. Tegenwoordig zijn er veel meer mensen donateur dan dat er gastadressen zijn.
Toch werd het initiatief een succes. Zelf heeft ze nooit gebruikgemaakt van de mogelijkheid om bij Vrienden op de Fiets te overnachten. ,,Dan werd je mogelijk beschouwd als een soort politieagent, die kwam inspecteren of het wel goed was. Dat hebben we nooit gedaan. Net zo min hebben we in het boekje vermeld of het een 'luxe' adres was. Je moet ervan uitgaan dat je gastvrij wordt ontvangen. Misschien is de douche wel eens niet best, maar dan hebben mensen een mooie tuin of zijn ze heel hartelijk.''
Al snel had het echtpaar De Blécourt de handen vol aan de administratie -echtgenoot Han had zijn opvatting al snel laten varen en draaide volop mee, en ook de kinderen zetten zich er met z'n allen tegenaan. Maar het systeem was tegelijk zo simpel als wat. Fietsers die een tocht hadden gepland, konden in één oogopslag zien of er een adres van de 'Vrienden' in de buurt was en zelf een overnachting regelen. Voor de gastadressen was het devies 'vrijheid blijheid'. Nel: ,,Als je een keer geen zin hebt of het komt je gewoon niet uit, dan kun je altijd zeggen dat je vol bent.''
Nel hield de kaartenbakjes bij. En in het begin belde ze ook geregeld mensen af of de overnachting bevallen was en of iedereen zich aan de afspraken hield. ,,Mijn moeder gaf veel persoonlijke aandacht aan de gastadressen en de donateurs'', zegt dochter Marjanne. Zij houdt inmiddels de aanmeldingen van donateurs en gastgezinnen bij en staat aan de basis van het adressenboekje dat jaarlijks verschijnt -onlangs dus voor de 21ste keer. Haar zus Jantine verzorgt de financiële administratie van de donateurs. Ook de dochters maken zelf geen gebruik van de gastadressen, laat staan dat ze fietsers onderdak bieden. Marjanne: ,,Ik heb vier kinderen, pubers nog. Die zal ik het niet aandoen om vreemde mensen over de vloer te halen. Dit hele idee drijft toch vooral op mensen die wat ouder zijn. Je moet het leuk vinden en het moet kúnnen. Meestal houden de mensen op de gastadressen zelf ook van fietsen, of hebben dat gedaan. Of het zijn wandelaars.''
Want die categorie is inmiddels ook sterk vertegenwoordigd in het donateursbestand, dat nu overigens in de computer zit. De vele liefhebbers van het lange-afstandwandelen varen wel bij de groei van het aantal gastadressen. Bijna 2500 particulieren maken geregeld een schoon bed op, leggen nieuwe handdoeken klaar en zorgen voor een lekker ontbijtje voor hun logés. En dat alles voor de zeer bescheiden (vrienden-)prijs van 15 euro. Het kan driehoogachter zijn of in een dikke bungalow, in een dijkwoning of in een huis in het bos -de prijs blijft hetzelfde. Een enkele keer wil iemand wel eens op de commerciële toer gaan, maar de overgrote meerderheid doet het werk voor de gezelligheid in plaats voor het geld.
Als de gasten maar niet tot 's avonds laat in de huiskamer gaan plakken. Even een praatje mag. De handleiding in het boekje waarschuwt ook: blijf niet te lang zitten. Er is eigenlijk maar één harde voorwaarde: je moet wel op de fiets of te voet bij je gastadres aankomen, met de auto mag niet. Je moet ook je donateurskaart laten zien - een geldige welteverstaan, niet met een oude kaart aankomen. Daar kan de organisatie niet van draaien.
Marjanne de Blécourt is al net zo gedreven als haar moeder. Wat ze doet, zo'n vier dagen in de week, is liefdewerk oud papier: ,,Elk jaar bellen we in september alle gastadressen op of ze weer in het nieuwe boekje willen staan. Daar zijn we anderhalve maand mee bezig.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.