De 30 scholieren van het Haagse Terra College die eergisteren een demonstratie voor Murat D. hielden, riepen leuzen en plaatsten een poster op een autoruit. Op dat pamflet stond 'Murat we love you!' ('Murat wij houden van jou') en 'Matties 4-life' ('Vrienden voor het leven'). 'Mattie' is een voorbeeld van straattaal, jongerentaal waarin woorden uit het Nederlands, Amerikaans en allochtone talen worden gecombineerd en soms verbasterd. Gebleken is dat straattaal niet is ontstaan doordat jongeren een gebrekkige kennis van het Nederlands hebben. Het ontwikkelen van een eigen taaltje komt voort uit de behoefte zich te onderscheiden, zoals met kledingstijlen.
Elke stad heeft zijn eigen straattaal, die wordt gesproken in gemengde vriendenkringen. In Utrecht, waar veel Marokkanen wonen, is de invloed uit het Berbers en Arabisch groot. En in de Amsterdamse en Rotterdamse straattaal worden vooral woorden uit het Surinaams (Sranan) overgenomen. Dat heeft weer te maken met het feit dat Surinamers op modegebied voorop lopen, oftewel 'vet cool' zijn.
Surinaamse woorden zijn doorgaans makkelijk te herkennen aan hun specifieke 'lekker bekkende' opbouw: een medeklinker, een klinker, een medeklinker en tot slot weer een klinker. 'Pipa' (pistool), 'duku' (geld) én 'mattie' (vriend) zijn daar goede voorbeelden van.
De term '4-life' die ook op de poster stond, is een voorbeeld van sms- ofwel chattaal, waarmee vooral jongeren via hun pc's en mobieltjes boodschappen verzenden. Bij sms-taal wordt ook veel Engels gebruikt en staan één letter of cijfer voor een lettergreep. Zo kan kort en bondig worden bericht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.