*

 

Het ligt niet zo maar voor de hand monumenten van de aanvallers in al hun glorie te respecteren.

Koen Koch − 17/06/05, 00:00

In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam wordt in filmhuizen de Turkse documentaire ' Gallipoli' vertoond. In deze film geeft Tolga Ornek een beeld van de gruwelijke gevechten op dat schiereiland bij de Dardanellen. Wie iets van het moderne Turkije wil begrijpen, doet er goed aan deze film te gaan zien. De betekenis van Gallipoli voor Turkije is nauwelijks te overschatten. Stel je voor wat de Grebbeberg voor Nederland zou hebben betekend, wanneer het Nederlandse leger daar in mei 1940 ondanks massale verliezen de Duitse overweldigers definitief tot staan had gebracht. Precies daarin slaagden de Turken in 1915 wel: zij wisten een invasie van de superieur geachte Britse, Franse, Australische, Nieuw-Zeelandse en Indiase troepen af te slaan. Het moderne Turkije vindt hier zijn geboorteplaats.

Tienduizenden Turkse belangstellenden, bedevaartgangers is een beter woord, bezoeken jaarlijks de slagvelden. Geheel in het zwart gehulde en stevig besluierde vrouwen uit Oost-Anatolië luisteren samen met frivool geklede meisjes uit Istanbul naar dezelfde heldenverhalen. Vooral naar die over Mustafa Kemal, destijds een onbekend officier maar wel één die door zijn moedige en tegelijk meedogenloze optreden zorgde voor de Turkse overwinning: ' Soldaten, ik beveel jullie niet aan te vallen, maar te sterven. In de tussentijd kunnen de reserves arriveren, en zal de vijand uiteindelijk verslagen worden.' Het 57-ste Turkse regiment werd opgeofferd, maar de Australische opmars stokte. Kemal vergaarde op Gallipoli zijn soldatenroem die hij later als leider van de Turkse republiek gebruikte om zijn land op de weg naar modernisering en secularisatie te zetten.

Oorlog en nationale bewustwording gaan hand in hand. De Australische en Nieuw-Zeelandse troepen leden een afschuwelijke nederlaag. Toch is 25 april, de dag van de eerste landingen op Gallipoli, voor de Australiërs Anzac Day geworden, de dag waarop zij niet alleen hun oorlogsslachtoffers gedenken, maar ook de geboorte van de Australische natie vieren.

Gallipoli heeft dus op zijn minst voor twee naties een essentieel vormende betekenis. Botsende nationalismen, zeker. Aan de ene kant van de weg staat het monument voor het 57-ste regiment, aan de andere kant iets verder op is de Nek, de plaats niet groter dan een tennisveld waar 300 Australiërs in een paar minuten gedood werden. Op Chunuk Bair staat een monument ter herdenking van de Nieuw-Zeelanders, die de heuveltop hadden bereikt om er vervolgens weer door hun eigen artillerie vanaf geschoten te worden, pal naast het grote beeld van Mustafa Kemal.

Maar al die monumenten naast elkaar symboliseren ook het gezamenlijke verdriet over zoveel slachtoffers, de gedeelde gruwel van de oorlog. Het wijst ook op een bepaalde grootmoedigheid van Turkse kant. Hoe dan ook waren de Britten hier de aanvallers, de Turken verdedigden hun eigen land. Het ligt niet zo maar voor de hand monumenten van de aanvallers in al hun glorie te respecteren. Kemal zelf reikt over het graf van Turkse en geallieerde soldaten de vroegere vijand de hand. In de dood is er geen verschil meer tussen vriend en vijand. Tegen Australische moeders, die in de jaren dertig het graf van hun geliefden bezoeken, zegt hij: ' Moeders, die jullie zonen ver weg naar vreemde landen zonden, droog jullie tranen; jullie zonen liggen nu aan onze boezem en rusten in vrede. Nu zij in dit land hun leven hebben verloren, zijn zij ook onze zonen geworden.'

Vergelijk dat eens met het botte imperialisme van Rupert Brooke, de Engelse dichter, die zijn soldatengraf bejubelt, precies omdat zo'n graf een stukje Engeland in den vreemde betekent. Imperialisme door en zelfs na de dood. In Nederland zijn Duitse autoriteiten nog steeds niet overal welkom om op 4 mei gezamenlijk de gruwelen van de oorlog te herdenken.

mailIcon print |