*

 

Donna é mobile

Rob Schouten − 16/07/04, 00:00

Een alleenstaande vriendin had me gevraagd om samen met haar naar een etentje van een collega te gaan die ik eigenlijk nauwelijks kende. Ja hoor, mij best. Omdat de Bob als je met z'n tweeën bent algauw de helft van het gezelschap in beslag neemt, namen we de bus naar Broek in Waterland. Het enige wat ik van Broek weet is dat het vroeger als het schoonste plaatsje van Nederland gold, en dat de vrouwen er dagelijks de stoep schrobden.

Buitenlanders die er ooit langskwamen, zoals de 19de-eeuwse Italiaan Edmondo de Amicis, gaven er hoog van op. Wij 21ste-eeuwers liepen langs grote houten huizen, waaruit een sfeer opsteeg van ontzorgd lerarendom, cellosuites van Bach en schilderijen van Klimt of Klee. In een van die huizen moesten we wezen. Ik had er zelf kunnen wonen, realiseerde ik me toen ik om me heen keek: ook al regent het deze zomer en is de wereld een rommeltje, het leven is toch zo slecht nog niet. Terwijl de gastvrouw, als op schilderijen en in boeken waarvan veel balseming uitgaat, het eten opdiende en de gastheer uitgelezen wijnen schonk, kwam het gesprek op ons aller loopbaan, de mijne incluis. Of ik ook ooit lesgegeven had? Een lichte huiver doortrok mij. Jazeker, pal na mijn afstuderen, aan het instituut voor Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Een oude nachtmerrie begon zich voor mijn geestesoog te voltrekken. Ter ontgroening hadden ze mij, het onervaren docentje, een werkgroep geharde feministen in de maag gesplist, die als een hete aardappel van docent naar docent werd geschoven. Van Willem Kloos en Geerten Gossaert wilden ze niets weten, het moest maar over rolbevestigende teksten in vrouwenbladen gaan, vonden ze. En individueel tentamen? Was ik nou helemaal van de pot gerukt? We moesten met z'n allen naar Ameland en een gezamenlijk cijfer krijgen, eendrachtig door de hele groep bepaald. Gelouterd door de tussenliggende kwart eeuw vertelde ik in geuren en kleuren hoe deze fatale oerervaring mij verder van het lesgeven had doen afzien en dat ik gelukkig was nu te schrijven zonder dat iemand zich ertegenaan kwam bemoeien. Aandachtig werd ik na deze geschiedenis aangekeken door de vrouw des huizes, die als ik het goed begrepen had, schildercursussen op niveau gaf. ,,Ik dacht al dat ik je ergens van herkende”, zei ze, ,,Krisje Goudsmit, weet je nog?”

mailIcon print |