Nobelprijswinnaar en dichter Czeslaw Milosz was de geestelijk vader van een hele generatie Poolse dichters. Hij keerde zich tegen het communisme, werd verbannen en bracht het lot van Polen onder de aandacht van het Westen.
Czeslaw Milosz werd in 1911 geboren in het Litouwse dorpje Szetejnie. Lang heeft hij er niet gewoond, wat misschien wel de reden is waarom hij het later in zijn gedichten als het paradijs op aarde beschreef.
Zijn moeder leerde hem de Poolse taal en die bleef hij trouw bij zijn vele omzwervingen over de aarde. Ballingschap bleef zijn leven lang zijn lot. Als kind reisde hij met zijn familie door Rusland. Tijdens de Russische revolutie verbleef hij noodgedwongen in Siberiƫ. In de jaren dertig vertrok Milosz naar Polen. Hij bracht de oorlog door in Warschau, waar hij zich met zijn poƫzie tegen de Nazi's keerde. Na de oorlog keerde hij zich met dezelfde kracht tegen het Poolse stalinisme. Als banneling leefde hij voortaan in Frankrijk en de Verenigde Staten. Hij schreef gedichten, maar ook essays en romans. In Polen was zijn werk echter verboden. In 1981 mocht hij voor het eerst terug naar Polen. Toen pas konden de Polen kennis maken met de man die in 1980 de Nobelprijs voor Literatuur won en van zijn boeken.
Zijn werk is niet gemakkelijk. Milosz was voor alles een onafhankelijk denker, die zich niet in een of andere stroming liet onderbrengen. Die onafhankelijkheid van de geest was het onderwerp van zijn in het westen bekendste boek, 'Geknechte geest'. Hierin beschreef hij hoe gemakkelijk de mens zich laat verleiden tot totalitaire oplossingen.
Milosz beschouwde zichzelf niet als een politiek denker. Maar hij voelde zich vaak geroepen om zich uit te laten over oorlog en onrecht. Bijvoorbeeld in 1943 in zijn beroemdste gedicht 'Campo dei Fiori' over het neerslaan van een opstand in het getto in Warschau. Maar ook vijftig jaar later in een gedicht over Serajevo waarin hij vergeefs hoopt op de hulp van Europa.
Ook al hield Milosz zich zijn leven lang bezig met Het Kwaad, hij genoot enorm van het leven. Het bezingen van het aardse bestaan, het aftasten van de werkelijkheid met alle zintuigen was de reden van zijn bestaan, schreef hij. 'En ik kijk en ik kijk. Hiervoor werd ik geroepen:/voor het prijzen van de dingen-omdat ze er zijn.
'En dus gaat het bij Milosz niet alleen over politiek, maar ook om 'de naaktheid van de vrouwen op het strand, de koperen kegeltjes van hun borsten' of over de bloeiende kamperfoelie, de geur van tijm, het groen van de spar, de blauwe zee en de zeilen.
Naarmate hij ouder werd, kwam tegenover deze fysieke levenslust een religieuze bezinning te staan. Hij verwonderde zich over het geheim van het aardse bestaan. Milosz was zich bewust van de tegenstellingen in zijn werk, maar trok zich niets aan van de kritiek. Hij vond juist dat die zijn innerlijk het beste weergaven.
Milosz won vele prijzen, waarvan de Nobelprijs voor literatuur in 1980 de belangrijkste was. De jury roemde zijn 'compromisloze scherpte'.
Pas na de val van het communisme, in 1989, keerde Milosz voorgoed terug naar Polen om zich te vestigen in de stad Krakow. Op 93-jarige leeftijd overleed hij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.