*

 

Ruggengraat

Matty Verkamman − 16/08/04, 00:00

'Johan Cruijff heeft geen ruggengraat', bloklettert Nieuwe Revu deze week op de cover. Met een benepen mondje moet het hoofd van Johan die uitspraak blijkbaar bevestigen. Hij ziet er uit alsof zijn leven één grote, complete mislukking is geworden. Meteen dacht ik: dit wil ik wel eens lezen en grif stopte ik de adviesprijs van 2,40 euro in het handje van de bladenman.

Binnenin het blad bleken Ellis Ellenbroek en Frénk van der Linden het stuk te hebben geschreven. Frénk van der Linden staat te boek als een top-interviewer. Van zijn hand staat bij mij de twee vuisten dikke pil 'Tot op het bot' in de boekenkast -de beste interviews van Frénk. Het stuk in Nieuwe Revu begint met een kleurenfotootje van de man waar ik ooit anderhalf uur lang in het Princess Sofia Hotel van Barcelona mee in gesprek ben geweest: Hennie Cruijff, de broer van Johan, in zijn vrije tijd de schoonvader van Ruud Gullit. Eerlijk gezegd was het indertijd in Barcelona niet zozeer een gesprek -Hennie praatte tegenover mij twaalf kwartier in anderhalf uur vol. Of ik wel wist dat hij zelf ook hoog had gevoetbald? In de jeugd van Ajax en later -meen ik me te herinneren- ook nog even in Blauw Wit. Hij gaf het grif toe: van hun tweeën was Johan toch wel de betere voetballer.

In het actuele stuk over Johans ontbrekende ruggengraat blijkt Hennie de belangrijkste getuige-deskundige te zijn. Johan is geen Cruijff meer, Johan is een Coster geworden. Zonder zijn vrouw Danny zou de familie Cruijff en vooral ook voetballiefhebbend Nederland stukken beter af zijn geweest. Johan, daar komt het op neer, heeft bij Danny he-le-maal niks te vertellen. En erg vindt Hennie het ook dat Johan altijd zo weinig tijd voor hun oude moeder over heeft. 'No guts', zo vat Hennie het samen. Johan is nog te besodemieterd om in Amsterdam bij ma de lamp te komen maken of de vuilnisbak buiten te zetten. En Danny komt al helemáál nooit langs.

Het voetballen van de jonge Johan en Hennie komt ook nog even ter sprake. 'Als tweeënhalf jaar oudere broer was ik een sterkere, snellere voetballer. Op foto's ging hij (Johan, MV) altijd zo ver mogelijk bij mij vandaan staan. Elke dag was Johan met me aan het duelleren. Dat heeft tot een soort minderwaardigheidscomplex bij hem geleid.'

Tsja. Net als Johan Cruijff heb ik ook één broer en die kon toevallig ook veel beter voetballen dan ik. Mijn lot droeg ik van jongs af aan als een kerel. Ik probeer me voor te stellen hoe het voelt wanneer je enige broer in de trant van Hennie Cruijff over jou in de openbaarheid treedt. En tevens denk ik dat Johan Cruijff gewoon hartstikke veel van zijn Danny Coster houdt. (Van de zilveren WK-elf van 1974 zijn Johan Cruijff, Wim Jansen en Rob Rensenbrink nog de enige drie die bij hun eerste vrouw zijn.)

In het stuk over de ontbrekende ruggengraat van Johan Cruijff komen vrij veel mensen aan het woord die ook van mening zijn dat Johan eigenlijk een slapjanus is. Het hele veld van getuige-deskundigen overziende, valt mij op dat top-interviewer Frénk van der Linden ineens niet doorvraagt wanneer de oude Rinus Michels nog eens uitlegt waarom hij voor de WK-eindronde van 1990 als KNVB-bestuurslid niet voor bondscoach Johan Cruijff koos, maar voor zijn 'werkvriend' Leo Beenhakker. 'Na het vertrek van Thijs Libregts hadden we slechts een week of twee vóór het WK in Italië om een opvolger te benoemen', aldus wijst Michels op de grote mate van tijdnood. En ook dit zou nog van belang zijn geweest: 'Aangezien de meeste Oranje-spelers van Ajax kwamen en er bij die club geen wanklank was over trainer Leo Beenhakker, zei ik: Het is beter om die te nemen.'

Even het geheugen opfrissen. In de eerste week van februari 1990 maakten Ruud Gullit, Marco van Basten, Frank Rijkaard en Ronald Koeman (niemand van die grote vier speelde bij Ajax) bekend dat zij absoluut met Johan Cruijff naar het WK wilden. Toen was het WK niet 'slechts enkele weken', maar nog vijftien weken weg, bijna vier maanden. En in de selectie die door Leo Beenhakker werd samengesteld vormden de ajacieden beslist niet het dragende segment.

Alleen Jan Wouters en Richard Witschge speelden in alle, volledig mislukte wedstrijden mee. Bryan Roy, Danny Blind en Stanley Menzo waren wel geselecteerd, maar zij kregen geen minuutje speeltijd in de ploeg die werd gekenmerkt door een gebrek aan ruggengraat.

mailIcon print |