*

 

Hogere schutterskunde

redactie wetenschap − 16/08/04, 00:00

Sneller en hoger; Athene hoopt erop. Zit er, met hulp van de wetenschap, nog rek in onze prestaties? Of moeten we in de leer bij uitblinkers in het dierenrijk, van schutter tot gymnast? Een zoektocht naar de kneep.

De concurrenten schieten we allemaal naar huis, beloofde Dick Boschman, nadat de marechaussee op Schiphol zijn luchtgeweren eindelijk doorliet. Zijn bravoure wordt straks gestraft: achter hem checkte Toxotes jaculatrix in, zonder wapens, zonder vizier. Boschman kan het schudden tegen hem, tenzij hij van veraf een vlieg weet te raken.

Jaculatrix, de schuttersvis, schiet gericht een vlieg uit de boom, op een afstand van meer dan tien keer zijn eigen lichaamslengte. En niet met een lange, kleverige tong als die van de kameleon; deze schutter is zijn eigen geweer én vizier. Munitie: water.

We moesten dit wapen eens ontleden. Er zijn meer vissen die iets uitspuwen, maar hier ontmoeten we een precisiekanon. Het water spuit uit een spleetje in de bek en men dacht dat de vis er zoveel druk achter kreeg door zijn kieuwdeksels krachtig te sluiten. Een soort waterblaasbalg.

Leidse biologen ontdekten dat het waterpistool anders werkt: de vis laat de mond naar achteren uitzakken en trekt hem dan weer samen. Daarbij moet de blaasbalg tegendruk overwinnen door de aanwezigheid van terugslagkleppen die veel vissen in hun bovenkaak hebben. Ze zitten er om te voorkomen dat alle water de vis direct weer van voren uit de bek stroomt. Overwint de schuttersvis die barrière, dan knalt zijn waterkogel explosief richting vlieg.

Nu nog raak schieten. De bioloog P. Timmermans legde in Het Aquarium (2003: nr. 9) uit dat Jaculatrix een handicap heeft: hij richt van onder water en ziet zijn prooi door de lichtbreking hoger dan hij in werkelijkheid zit. Dick Boschman heeft de brekingswetten van Willebrord Snellius niet hoeven bestuderen, maar deze scherpschutter wel. Hij moest leren met kromme loop te vliegschieten.

Tenzij hij zich altijd loodrecht onder zijn prooi posteert en recht omhoog schiet. Dan zou hij geen last hebben van de lichtbreking, maar weinig vliegen scoren, want die zitten óp de bladeren en de schutter moet ze zien. Observaties leerden dat hij pas vuurt als de hoek tussen het water en de lijn vissenbek-vlieg groter is dan 50 graden. Bij kleinere hoeken houdt hij zijn kruit droog.

En hoe mikt hij? Hij gebruikt de lengte-as van kop naar staart als vizier. Moet-ie onder een kleine hoek schieten, dan ligt-ie bijna plat in het water, bij een grote hoek hangt-ie verticaal. Zijn lijf is echt geweer en vizier tegelijk.

Maar nu het grootste mirakel, dat Hennie Dompeling eens moet proberen bij het kleiduivenschieten. De brokstukken opvangen. Duitse biologen beschreven in het Journal of experimental biology (2002) het wiskundig genie dat in Jaculatrix schuilt. Binnen 0,1 seconde na een raak schot vliegt hij recht op het kostje af. Om kapers voor te zijn, want vaak schiet een collectief van schutters op één prooi. Het wonderlijke is dat de vis exact heeft berekend waar de vlieg te water zal storten, rekening houdend met de vuurhoek. Het is de biologen een raadsel: wie doceert de vis zulke hogere schutterskunde?

mailIcon print |