ATHENE - In minder dan zes minuten was haar olympisch toernooi voorbij. Degenschermster Sonja Tol stapte van de mat en sprak schouderophalend over de verliespartij (15-7) in haar eerste optreden. Haar Hongaarse opponente Ildiko Mincza-Nebald was vandaag toevallig sterker. Pech gehad, toch?
Maar achter het masker van onverschilligheid borrelde een vulkaan van emoties, zo bleek even later. In de kleedkamer welden de tranen op, in de catacomben hield ze het later ook niet droog. Wat volgde was een verhaal dat exemplarisch is voor alle teleurstellingen op de Spelen. Maandenlang had ze keihard getraind, het laatste kamp op Cyprus had haar een goed gevoel gegeven, maar in een vloek en een zucht was alles voorbij.
In een oude hangar van het voormalige Atheense vliegveld had ze nog glimlachend het strijdperk betreden. Haar nagels waren oranje, net als het strikje in haar paardenstaart en het doekje om haar hoofd. Met haar 1.88 meter torende Tol liefst vijftien centimeter uit boven Mincza-Nebald. Dat fysieke verschil bleek al snel geen voordeel.
Tol, nummer 29 van de wereld, stuitte telkens op de defensie van de Hongaarse, de wereldkampioene van 1999 en 2002. Als twee nijdige katten dreigden ze elkaar met een tik, en als die werd uitgedeeld ging dat traditioneel met het nodige gekrijs gepaard. Tol wilde het tempo bepalen en zocht de aanval, maar als de degens eenmaal tegen elkaar aan kletterden, bleek de counter dodelijk effectief. Na 5 minuten en 23 seconden had Tol het maximum van vijftien tegentreffers bereikt.
Daarmee was de rentree van Nederland in het olympisch schermen alweer teneinde. In 1988 had een Nederlandse mannenploeg in Seoul voor het laatst meegedaan. Tol sprak de hoop uit dat haar deelname een stimulans zal betekenen voor haar klassieke, stijlvolle sport in Nederland. Zelf wil ze nog vier jaar doorgaan, tot in Peking 2008.
Nee, ze wilde geen spoor van emotie tonen. Ze had 'niet slecht' geschermd, 'goed bewogen', en als de tegenstander dan beter blijkt moet je daarmee vrede hebben. Het was een houding. Ook in de dagen vooraf had ze geprobeerd haar stemming 'heel neutraal' te houden. Dat lijkt vreemd in een sport waarin de felheid en pompende adrenaline altijd zorgen voor oerkreten van vreugde na een voltreffer. Maar Tol wilde voorkomen dat de Olympische Spelen haar hoofd té veel op hol zouden brengen. ,,Ik heb wel wedstrijden dat ik de boel bij elkaar kan schreeuwen, maar ik win ook wel eens zonder een brul te geven. Dat wisselt bij mij.''
Tol (31) weet dat ze mentaal niet de meest evenwichtige sporter is. Het spookt regelmatig in haar hoofd. In het najaar van 2003 was ze in de vorm van haar leven, maar daarna viel ze ten prooi aan twijfel. Twee dagen voor het kwalificatietoernooi in Gent ging plotseling de knop om. Ze greep de laatste kans op olympische deelname, maar een week later was ze op het NK niet goed genoeg om te winnen. Het toonde nog eens haar kwetsbaarheid.
Dan kan ook een pijnlijke teen op de grote olympische dag het zelfvertrouwen aan het wankelen brengen. Tol vertelt het pas als haar tranen zijn gedroogd. ,,Ik heb vanmorgen een teen tegen de rand van het bed gestoten.'' De dokter had haar een pilletje gegeven tegen de pijn. Vervolgens had ze snel een sok aangetrokken, ze wilde er niet meer aan denken. Maar bij het betreden van de hal had ze de pijn weer gevoeld. ,,De adrenaline drukte in de wedstrijd de meeste pijn weg. Moeten jullie hem zien?'' Ineens knoopt ze haar schoen los. Ze toont de boosdoener. Het is de op één na kleinste teen aan haar rechtervoet. Hij is vervaarlijk donker.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.