*

 

In de verrijkte tijd treinengek

Koert van der Velde − 18/10/04, 00:00

Ze studeerden theologie, maar wat hébben ze er aan in hun passies? Eerste aflevering in een nieuwe reeks. Vandaag David Mol (52, ambtenaar).

'Je moet je eraan overgeven, en dan is het heerlijk. Dagenlang het leven aan je voorbij zien trekken. Door de polders van de randstad, het hooggebergte van Peru of de savanne van Zimbabwe. Heerlijk. In de trein zit je in een soort tussenfase, tussen vertrek en aankomst - een mooie metafoor voor het leven. Je bevindt je in een toestand van tijdloosheid of 'verrijkte tijd', die uitnodigt tot reflectie.

Het is een soort meditatie. Ik zit wat te mijmeren terwijl ik uit het raampje kijk, en het landschap voorbij zie glijden. Op sommige tracés ken ik elke grasspriet. Hoe hebben we het allemaal bij elkaar gepeuterd, vraag ik me vaak af als ik in de trein zit tussen Amersfoort en Den Haag.

In de trein tussen A en B kan van alles gebeuren. Het is een open plek om contact te maken. Je luistert er naar verhalen en je kunt er eventueel zelf een verhaal kwijt. Niks prettiger dan in de trein uitgebreid verhalen te vertellen.

Treinreizen lijkt ergens wel op theologie bedrijven. Beiden draaien om het verhaal. Maar op theologie ben ik afgeknapt. Als ik op college weer eens kritisch was geweest, zeiden medestudenten me op de gang: 'David, we zullen voor je bidden'. De laatste band met de kerk is het buurtkerkblaadje van de - ja, wat is het tegenwoordig ook al weer - de PKN. Dat blijft regelmatig door de brievenbus komen. Verbazingwekkend, die wereldvreemdheid.

Wat had ik me graag laten inspireren door spraakmakende, uitdagende theologen. Maar die zijn er voor zover ik weet niet. Ik ben een heel andere kant opgegaan: de Ikon, GroenLinks, en tegenwoordig ben ik ambtenaar. Zo hoop ik de wereld een stukje beter te maken. Want wij denken in het Westen maar alles te kunnen, we willen meer en meer, almaar meer.

Het is misschien een beetje vreemd, maar het meest houd ik van de stoomtrein. Het is een fascinerende metafoor voor het vooruitgangsgeloof. Met de kracht van vuur en kokend water kwam deze primitieve machine op stoom. Hij bracht letterlijk vooruitgang. Dankzij de stoomtrein konden de mensen verder kijken dan de hoek van de straat. De hele wereld werd zo opengelegd. Weinig machines hebben zoveel invloed gehad op de wereld.

Als ik 's avonds met de trein van mijn werk ben gekomen en ik me thuis wil ontspannen, zet ik de computer aan, en stuur ik als virtuele machinist mijn stoomtrein over de prachtigste routes. Ik ben dan heer en meester op zo'n reusachtige loc, voel me machtig - is dat niet iets wat ieder mens wil?

Op het moment stel ik geen mallemoer voor. Ik ben herstellende van een nekhernia en kan niet eens de computer aanzetten. Maar ik heb een levendige fantasie. Dus maak ik de ene na de andere prachtige treinreis die ik ooit heb gemaakt, gewoon nog een keer mee. Heerlijk.

Politieke vrienden zeggen wel eens: David, het is krom om naar de andere kant van de wereld te vliegen om daar in een trein te kunnen zitten. En inderdaad is het absurd. Ook ik heb mijn tegenstrijdigheden. Zijn het niet de religies die de mensen helpen om het licht en het donker te verbinden?

Voor de kerk is het een gemiste kans dat ze de vragen van deze tijd niet weet te stellen. Ik kan hoogstens nog in een sentimenteel moment kijken naar een samenzang op tv. Wat heerlijk om die veiligheid zo intens te kunnen ondergaan, denk ik dan. Maar helaas kan het geen vertrekpunt zijn voor de trein naar morgen.”

mailIcon print |