Minder dan vroeger prijkt boven een bericht nog de vermelding 'van onze verslaggever'. Achter de anonimiteit gaat de kern van ons werk schuil: verslaggeving.
De geboorte van de échte verslaggever vond volgens mediahistoricus Huub Wijfjes ('Journalistiek in Nederland 1850-2000'), plaats aan het einde van de negentiende eeuw. In het buitenland was de echte verslaggever al opgestaan, maar in Nederland was een journalist nog in de eerste plaats een pennenlikkende kantoorklerk. De krant mocht voor de hoofdredacteur een voertuig zijn voor zijn ideologische missie, de kolommen werden vooral gevuld met slaapverwekkende achter het bureau vergaarde berichten, die geplaatst werden zonder enige hiërarchie, in volgorde van binnenkomst -het laatst ontvangen bericht stond onder aan de laatste kolom.
Herman Heijermans senior had zich twintig jaar verveeld op de burelen van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Op een avond in mei 1886 was hij in Rotterdam toevallig getuige van de arrestatie van een 'baardeloze knaap' door Pruisische politie-agenten. Zij waren de verdachte van diefstal tot over de grens gevolgd. Heijermans ontpopte zich spontaan als échte verslaggever. Hij volgde de arrestatie, vergaarde alle informatie, toog nog diezelfde avond naar de krant en schreef zijn bericht. De volgende dag bleek tot zijn verrassing dat het nieuws leidde tot het ontslag van de hoofdcommissaris, omdat hij dit optreden van buitenlandse agenten niet had mogen toestaan. Het nieuws was écht nieuws.
De verslaggeverstraditie kwam daarna langzaam op gang. Wijfjes schrijft over de eerste generatie: ,,Het waren zeker niet het salaris of de arbeidsomstandigheden die een bepaald type mens tot verslaggeving brachten. Het was eerder een ondefinieerbaar gevoel om ergens bij te willen zijn: om ooggetuige te zijn van het drama terwijl het gebeurt; om mee te leven en anderen daarvan te vertellen.'' Dit kon niet aangeleerd worden, ,,maar berustte op een talent dat sommigen nu eenmaal hadden. De wil erbij te willen zijn, zat gewoon in het bloed.''
De opkomst van de échte verslaggever heeft de dagbladen verrijkt met reportages, interviews en ooggetuigenissen. Hij heeft de lezer dichter bij het ware verhaal, dichter bij de rauwe werkelijkheid, gebracht.
Hoe vanzelfsprekend het belang van de échte verslaggever ook is, hij lijkt weer wat op z'n retour. Voor generalisten is minder plaats in het journalistieke bedrijf. Specialisatie is geboden, want de wereld is ingewikkelder en de lezers zijn hoger opgeleid. De algemeen verslaggever heeft terrein moeten afstaan aan de politieke redactie, de buitenlandredactie, de wetenschapsredactie, enzovoort. En steeds vaker staan ook namen boven berichten -de anonieme dienstbaarheid van de feitelijke journalistiek is gestaag opgeheven. Het is niet genoeg het nieuws te verslaan, het moet ook geduid worden.
Ook economische rationalisatie zet de verslaggeving onder druk. Binnen blijven lijkt ook zoveel efficiënter dankzij telefoon, internet en e-mail. De redacteur van vandaag zit weer meer achter het bureau, turend naar het nieuws dat op zijn scherm binnenstroomt. Als we niet oppassen wordt de verslaggever weer een pennenlikkende kantoorklerk.
Ik schrijf dit een week na het afscheid van de chef van onze nieuwsdienst. Adri Vermaat was altijd een échte algemene verslaggever. Maar ook tot zijn eigen verbazing maakte hij in 1999 vrijwillig de overstap naar een leidinggevende positie en had hij daar (als er tenminste genoeg nieuws was) nog plezier in ook. Hoewel zijn lange memo's aan de hoofdredactie soms anders deden vrezen, bleef hij op die post toch vooral verslaggever -hij stuurde alleen anderen op pad. Na zes jaar gaat hij zelf weer als verslaggever aan het werk. De drang 'om ergens bij te willen zijn' is bij hem gelukkig nog sterk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.