*

 

Giro blijft van Italië, ondanks de Pro Tour

door John Graat − 07/05/05, 00:00

Door de opname in de Pro Tour heeft de Ronde van Italië een internationaler karakter gekregen. Maar de buitenlandse ploegen zien de Giro vooral als kraamkamer van jong talent. In essentie blijft het een Italiaans onderonsje.

Op het eerste gezicht heeft de 88ste Giro d'Italia een fris, nieuw gezicht. Door de Pro Tour is het startveld ingrijpend anders dan de afgelopen jaren. Veel kleinere Italiaanse ploegen hebben plaats moeten maken voor de twintig beste teams ter wereld. Dan komt de internationalere uitstraling ten goede.

De nieuwe baas, Angelo Zomegnan, wil niets liever dan dat. De laatste decennia was de ronde te veel een speeltuin van Italianen. In het buitenland waren amper beelden van te zien. De tv-rechten waren te duur, de interesse gewoon te gering.

De UCI Pro Tour zou de mondiale spankracht van de Giro een forse impuls geven, was de gedachte van Hein Verbruggen, als voorzitter van de internationale wielerunie de geestelijk vader van de elitecompetitie. Onbegrijpelijk vond hij het dan ook dat Giro-eigenaar RCS Sport zich, met de Tour en Vuelta, verzette tegen de Pro Tour. Dit was immers dé kans om de alle grote ploegen eindelijk in hun wedstrijd te krijgen.

Zomegnan zag het eerder als een bedreiging. Zijn ronde na bijna een eeuw ineens een licentie kopen. De financiële verplichtingen werden van bovenaf opgelegd, bijvoorbeeld de hoge startgeldvergoedingen. Omdat de Giro daar niet aan tegemoet wilde komen, dreigden de teams drie weken geleden nog met een massale boycot.

Zo ver kwam het niet. Alle twintig Pro Tour-teams zijn afgereisd. Zomegnan heeft er altijd voor gewaarschuwd dat hun deelname nog geen garantie is voor een deelnemersveld van hoog niveau. Wie de startlijst bekijkt, kan hem geen ongelijk geven. Het aantal kandidaten voor de eindzege in Milaan is weer op één hand te tellen. Hun nationaliteit is weer louter Italiaans.

Damiano Cunego, die vorig jaar als 22-jarige Italië in vuur en vlam zette, is de gedoodverfde favoriet. Zijn belangrijkste rivaal lijkt Ivan Basso, vorig jaar derde in de Tour. In de Lampre-ploeg van Cunego kan Gilberto Simoni een saillante rol spelen. Garzelli en Salvodelli starten als outsiders. Buitenlandse toppers mikken ook dit jaar op de Tour. De Spanjaard Joseba Beloki doet mee om kilometers te maken.

Voor de vlakke ritten dreigen identieke ontknopingen als vorig jaar. Toen vestigde Alessandro Petacchi met negen etappezeges een naoorlogs record. Ook dit seizoen was de Italiaan nagenoeg niet te stuiten. Net als in 2004 lijkt de Australiër Robbie McEwen de enige luis in de pels. Zabel, Kirsipuu, O'Grady en Cooke hebben niet meer de rappe benen van weleer.

Wel nieuw is dat de topploegen door hun verplichte deelname veel jonge renners een kans (moeten) geven om te ruiken aan het echte werk. Bij Rabobank maken liefst vier renners hun debuut in een grote ronde. Behalve Thomas Dekker (20) zijn dat Theo Eltink (23) Roy Sentjens (24) en Rory Sutherland (23). Nog meer dan ooit heeft de Giro de rol van kraamkamer van wassend talent.

Een tweede invloed van de Pro Tour is een verandering van het koersverloop, is de verwachting. Van oudsher werd in de Giro rustig ('piano, piano') gereden, totdat de helicopter van de televisie boven het sukkelende peloton verscheen. Dan werden de riempjes aangetrokken en begon de strijd. Wie zondigde tegen deze traditie, kon rekenen op een oorwassing van Mario Cipollini.

Maar De Leeuwenkoning is er niet meer bij. Het geeft de buitenlandse ploegen de kans de vrijbuitersgeest in de Giro tot leven brengen. Maar weinig ploegen hebben belang bij een massasprint, die doorgaans een voorspelbare winnaar zal hebben.

mailIcon print |