De Utrechtse hoogleraar Fauser, die onlangs een internationale prijs ontving voor zijn wetenschappelijk werk op het gebied van de gyneacologie, pleit voor een academisch gezondheidscentrum voor vrouwen. Een vernieuwend en waardevol concept voor ons land, maar Fauser denkt alleen aan medisch onderzoek. In het centrum zou ook ruimte moeten zijn voor de geesteswetenschappen.
Fauser wil onderzoek doen naar gezondheidsproblemen van vrouwen die verband houden met hun vruchtbaarheid. Met een bredere opzet zou zijn centrum pas echt vernieuwend zijn; een plek waar het onderzoek tussen verschillende disciplines direct met el-kaar in verband kan worden gebracht; ze richten zich immers op hetzelfde onderwerp: de gezondheid van vrouwen.
Vruchtbaarheid is in verschillende geesteswetenschappen een bron van onderzoek. In de ethiek, bijvoorbeeld, staan vragen rond vruchtbaarheidstechnieken, abortus, draagmoederschap en genetische testen al jarenlang op de agenda. Vragen die niet alleen over de toelaatbaarheid van medische technieken handelen, maar direct te maken hebben met vrouwen zelf, omdat het hun lichaam is dat de technieken ondergaat.
Wat betekent het voor een vrouw om geen kind te kunnen krijgen? Hoe zien we het lichaam wanneer we daarin kunnen ingrijpen door middel van vruchtbaarheidstechnieken? Welke waardering kennen we het lichaam toe? Is een vrouw ziek wanneer zij onvruchtbaar blijkt te zijn? Dit soort vra-gen kunnen met name worden onderzocht vanuit de geesteswetenschappen.
Het zou niet zozeer moeten gaan om onderzoek naar de psychologische aspecten van de gezondheidszorg of sociaal-wetenschappelijke inventarisaties naar de beleving van vrouwen of het gebruik van vruchtbaarheidstechnieken. Deze onderzoeken, die van groot belang zijn, vinden al in verschillende contexten plaats. Juist fundamentele vragen over vrouwen en vruchtbaarheid zouden meer ruimte moeten krijgen.
In de filosofie, theologie en ethiek kan op analytisch niveau over het mens-zijn, inclusief de gezondheid en het welzijn van vrouwen, worden nagedacht. Te denken valt aan thema's als (de normativiteit van) lichamelijkheid, ziekte, zorg, identiteit, maakbaarheid en voortplanting.
De scheidingslijn tussen biomedi-sche ontwikkelingen en de keuzes die mensen maken wanneer het om hun gezondheid gaat, is niet duidelijk te trekken. Technologische ontwikkelingen beïnvloeden de manier waarop mensen met onvruchtbaarheid omgaan en andersom bepalen onze visies op onvruchtbaarheid en het lichaam welke technologische ontwikkelingen ontstaan. Op dit complexe terrein waarin medische vragen, maatschappelijke ontwikkelingen en filosofische thema's in elkaar grijpen, moet nog veel onderzoek plaatsvinden. Waarom dus niet de onderzoekers zo dicht mogelijk bij elkaar brengen en elkaar laten stimuleren?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.