Ik kreeg sterk de indruk dat de krant van afgelopen weekend ons wilde troosten. Hier, interview met marathonschaatser René Ruitenberg:
,,Soms praat ik met God tijdens het schaatsen” en even verderop de volgende winterse kop 'Thialf blijft kwetsbaar ondanks winst in 2004'. Energiebedrijf Essent had er zelfs een hele pagina in gestoken om ons een hart onder de riem te steken met een 'Schaatskalender 2004-2005'. Alsof ze wilden zeggen: het loopt zo'n vaart niet met de afschaffing van de winter. Want dat heeft een supercomputer, die deed denken aan de allereerste computers van het Amerikaanse leger, ons voorgerekend, een volgende generatie zal de Elfstedentocht niet meer kunnen schaatsen. Alsof je een soort heerlijk recht, in de afgelopen eeuwen opgebouwd, wordt ontnomen. ,,It sil heve” gebood in zijn tijd voorzitter Sipkema, opgevolgd door Henk Kroes' ,,It giet aon”. Ik krijg het altijd een beetje benauwd, voorlopig alleen figuurlijk, van al die aangekondigde klimaatveranderingen. Het is een soort fysiek conservatisme, dat wil dat dingen zo blijven als ik ze heb geleerd, de winter van Breughel, de doorkijkjes van Avercamp, het gevoel dat je niet voor niks ooit schaatsen hebt geleerd op een vijvertje in Groningen en dat Nederland recht heeft op een winterlandschap. Maar dat is natuurlijk onzin. Zolang de aarde bestaat, verandert ze en er is niks aan de hand met een teloorgaande Elfstedentocht of een wat natter uitvallende winter. Er zijn mensen op aarde die nog nooit een sneeuwvlok of kachel gezien hebben en toch zielsgelukkig zijn. Het gaat dus om een hoogst onredelijk sentiment, en dat zijn vaak de sterkste. Het is angst voor de toekomst, dat er langzamerhand een wereld ontstaat die ons en onze dagelijkse verlangens en dingetjes verleert en er andere dingen voor in de plaats kiest. Wat Balkenende en de zijnen ons over de toekomst van het sociale stelsel proberen diets te maken, dat het anders moet, gebeurt in het groot voortdurend en overal. Natuurwetten. We kunnen er slecht tegen, we willen onze favorieten: zon, sneeuw. Ik bespeurde bij mijzelf afkeer van die computerberekeningen. Hadden ze het maar niet gedaan, dacht ik, en: hoe vertel ik het m'n kinderen. Lodewijk de Veertiende, van de zon, had een motto om dit soort vruchteloze gedachtenspinsels de kop in te drukken: ,,Na ons de zondvloed!”. Grof maar raak.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.