Mohammed B. bereidde onder de neus van de inlichtingendienst AIVD de moord op Theo van Gogh voor. Het terreurnetwerk waar hij deel van uitmaakt kreeg hulp van een infiltrant binnen deze dienst.
Een maand voor de moord op Theo van Gogh trekt de politie in Amsterdam nog aan de bel omdat Mohammed B. zo radicaal wordt. Tot twee weken voor de moord luistert de AIVD nog B.'s mobiele telefoon af. Vier dagen voor de moord besluiten AIVD en politie nog om te bezien hoe het onderzoek loopt naar het terreurnetwerk waar B. in zit. Ze prikken een datum, half november. Op 2 november is Van Gogh dood.
Uit het feitenrelaas dat de ministers Donner (CDA, justitie) en Remkes (VVD, binnenlandse zaken) naar de Tweede Kamer stuurden, blijkt dat de AIVD Mohammed B. twee jaar in de gaten houdt. Het maakt niet duidelijk waarom B., die in het middelpunt van een radicale en vermoedelijk terroristische groep moslims verkeerde, tot aan het eind toe is getypeerd als een niet al te belangrijke bijfiguur.
Het is zomer 2002 als een groep jonge, overwegend Marokkaanse moslims in Amsterdam de AIVD opvalt. Ze verzamelen zich rond een geestelijk leider en zien er steeds orthodoxer uit. Dit is de groep die de AIVD later de codenaam 'Hofstadnetwerk' zal geven-
'een van de vele groepjes', aldus de AIVD. Toch worden 'vrijwel alle inlichtingenmiddelen' (aftappen telefoon, volgen, observeren en infiltreren) ingezet om de jongeren in de gaten te houden. De AIVD leest een stuk dat B. op 1 augustus 2002 schrijft in Over 't Veld, een krantje in zijn buurt Slotervaart, in Amsterdam-West. Het gaat over normen en waarden en is onderbouwd met koranteksten. Dezelfde maand krijgt de AIVD ook de informatie dat op het adres van B. nog een zeer radicale moslim woont. In december 2002 ziet de politie dat bij B. thuis islamitische huiskamerbijeenkomsten worden gehouden. Dit wordt aan de AIVD doorgegeven.
Begin 2003 vertrekken twee leden van het Hofstadnetwerk naar Tsjetsjenië om daar mee te vechten in de djihad. Ze worden aangehouden in de Oekraïne, aan de grens met Rusland. Politie en AIVD concluderen dat aan de reis waarschijnlijk geen rekrutering voorafging. 'Puberaal gedrag'. meldt de AIVD zelfs aan de gemeente.
Voorjaar 2003 ziet de AIVD een 'radicaliseringsproces' in de Hofstadgroep. De jongens komen bij elkaar onder leiding van de charismatische, invloedrijke Syriër die bekendstaat onder de naam Abu Khaled en bespreken regelmatig de gewelddadige djihad. De bijeenkomsten zijn vaak bij B. thuis en de geestelijke logeert ook vaak bij hem. Toch vindt de AIVD B.'s rol ondersteunend: ,,Hij wordt gebruikt omdat hij de beschikking heeft over een onderkomen en een auto.''
Najaar 2003 komt het AIVD-onderzoek naar de groep in een stroomversnelling. Twee leden verblijven in Pakistan, mogelijk voor paramilitaire training. Leden hebben daarnaast contact met Abdelhamid A., een Marokkaan die in Spanje wordt verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen in Casablanca. Daarbij kwamen in mei 2003 45 mensen om. Abdelhamid A. draagt de jongens op 'een wedstrijd' te spelen, vermoedelijk codetaal voor een aanslag. Als Abdelhamid A. in Spanje onverwacht wordt aangehouden, arresteert justitie in Nederland op aandringen van de AIVD vijf groepsleden, onder wie de Syriër.
Hoofdverdachte is Samir A., een van de jongens die naar Tsjetsjenië reisden en trainde in Pakistan. Hij heeft spullen thuis (ammoniak, gootsteenontstopper en kunstmest) die vermoedelijk voor een bom zijn bedoeld, maar de ingrediënten zijn ondeugdelijk. Ook bij B. thuis volgt een inval, maar hij wordt niet opgepakt.
Het is juist in deze voor de AIVD hectische tijd dat de Amsterdamse politie twee keer aan de AIVD meldt dat B. kenmerken van voortgaande radicalisering vertoont. De AIVD meldt achteraf, in het feitenrelaas, dat die informatie 'past in het beeld dat van B. bestond'. Ongewis blijft of met deze informatie iets is gedaan. De inhoud van de tip was niet alleen dat B. nu een djellaba en een baard droeg, maar ook dat hij alle banden doorsneed met familie, vrienden en de buurt, waar hij eerder nog een zeer betrokken bewoner was, melden ingewijden. B. 'schreeuwt koranteksten', staat in het feitenrelaas. Maar de AIVD constateert slechts: ,,B. lijkt in toenemende mate onder invloed van de netwerkomgeving waarin hij vertoeft.'' Hij is 'geen belangrijke speler', want 'op geen enkele wijze betrokken bij de djihadreizen naar Pakistan; ook heeft hij geen contact met Abdelhamid A.'.
Blijkbaar hanteert de AIVD vrij rigide criteria om iemand tot de harde kern te rekenen. B. gaat buiten de Hofstadgroep met niemand meer om en in een afgeluisterd telefoongesprek met een van de verdachten zegt hij dat zijn huis is doorzocht en dat het maar goed is dat die verdachte 'de documenten' heeft verstopt. Maar B. heeft geen internationale contacten.
De verdachten komen allemaal vrij wegens gebrek aan bewijs. Door de arrestaties krijgt de AIVD een tijd lang minder informatie. Toch schrijft de AIVD stellig dat zich in de winter 'geen opzienbarende ontwikkelingen' in de groep voordoen.
In april 2004 lijkt de AIVD B. toch wat serieuzer te nemen. Nu noemt niet de politie maar een eigen bron hem gevoelig voor de radicale islam. Hij draagt 'fundamentalistische kleding' en kan 'moeilijk afstand nemen'. De AIVD vraagt de Amsterdamse politie om gegevens over B. en krijgt onder meer een foto. In mei beginnen AIVD en politie een onderzoek, dat zich toespitst op het huis van B. De Syrische leider logeert daar weer vaak. Nog altijd noemt de AIVD B. echter geen kernlid.
In juni reist een deel van de Hofstadgroep naar Portugal, vlak voordat daar het EK voetbal begint. Na een tip van de AIVD worden de drie aangehouden. Terug in Nederland verklaart een van hen dat hij bij B. heeft gewoond en met hem koranlessen heeft gevolgd. Hij noemt B. gevaarlijk; hij zou een extreem radicale ideologie aanhangen.
Van deze man is een testament gevonden. Hij zegt dat B. dat heeft geschreven. Maar de AIVD en recherche noemen dit 'ongeloofwaardig'. De man is zelf radicaal en zou zichzelf willen vrijpleiten. ,,Ervaringen met het aanspreken van personen in radicaal-islamitische netwerken, leren dat vrijwel altijd misleidende antwoorden worden gegeven.'' Maar is ooit nagegaan of B. het testament schreef?
Op 30 juni wordt groepslid Samir A. weer gearresteerd in verband met een aanslag. Er wordt materiaal voor explosieven gevonden (ammoniak en zoutzuur, een leeg flesje citroensap voorzien van de bedrading van kerstlampjes) en plattegronden van onder meer Het Binnenhof en Schiphol. Vanaf augustus wordt de telefoon van B. afgetapt in het onderzoek naar Samir A. In deze periode -het is inmiddels 29 september 2004- treedt de politie op tegen B. omdat hij amok maakt als hij is gesnapt wegens zwartrijden. Een dag later meldt de politie wéér dat B. zo radicaal wordt.
De AIVD-tap op de telefoon van B. levert intussen niets op. De AIVD stopt maar met afluisteren op 21 oktober, twee weken vóór de moord op Van Gogh, want B. gebruikt de telefoon niet meer. Op 29 oktober, vier dagen voor de moord, spreekt de AIVD met de politie af om medio november weer eens de stand van zaken in het onderzoek naar de Hofstadgroep op een rij te zetten. Zo ver zal het niet komen. Op 2 november wordt Theo van Gogh vermoord. B. wordt op heterdaad betrapt.
Het is geen wonder dat B. zijn telefoon in de laatste periode vóór de moord niet meer gebruikt. Naar alle waarschijnlijkheid weet hij al sinds de zomer van dit jaar dat hij in de gaten wordt gehouden. Geheime AIVD-informatie over de Hofstadgroep is, denkt de AIVD zelf, bij hem thuis terechtgekomen. De gegevens liggen zeker bij vrienden van hem. 30 september is een AIVD-medewerker aangehouden omdat die de data heeft gelekt. Tegen de pers zegt de dienst dat de schade aan het onderzoek 'beperkt lijkt'.
Het betreft een pas aangenomen Marokkaanse tolk-vertaler die gegevens naar meerdere extremistische groepen heeft doorgespeeld. De AIVD blijkt met succes geïnfiltreerd. De dienst heeft mogelijk drie keer een aanslag door de Hofstadgroep voorkomen, maar uiteindelijk de slag verloren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.