*

 

Als bij de media maar iets van de Azië-hype blijft

door J. Wijbrandi − 02/03/05, 00:00

Bij de tsunami beperkten de media zich niet tot afstandelijke berichtgeving. Ze organiseerden zelf ook acties. Het is te hopen dat zij nu aandacht blijven geven aan de wederopbouw.

De actie voor Azië was de grootste nationale inzamelingsactie ooit. Giro 555 was enkele weken lang het sterkste merk van Nederland. Dat succes is het gevolg van ongekend grote media-aandacht. Nederland werd overspoeld door berichten over de ramp, over de eerste hulp en over de Nationale Actie voor Azië, die al op de dag van de ramp startte.

Verschillende partijen werden meegesleept door de kracht van deze hype. Normaliter leuren de hulporganisaties om aandacht en zijn de media afstandelijk en weinig geïnteresseerd. De media worden benaderd door de hulporganisaties en zij beoordelen of de ramp en de actie nieuws zijn. Ze berichten daarover en laten zich daarbij niet leiden door andere belangen en principes dan journalistieke.

Nu werd die rolverdeling doorbroken. De NOS belde met de samenwerkende hulporganisaties SHO of wij ook van plan waren een actie te starten. Binnen drie dagen zaten de SHO om de tafel met de leiding van de publieke omroep, RTL4 en SBS6. In no time werden er afspraken gemaakt, in grote harmonie.

Dit monsterverbond tussen hulporganisaties en media leidt tot een aantal vragen. Een eerste vraag is welke invloed het financiële en media-succes van deze actie heeft op de hulporganisaties. Han Koch, journalist bij Trouw, schreef terecht dat de kwaliteit van de hulpverlening na deze 'high profile'-ramp bepalend zal zijn voor het imago van hulporganisaties op de langere termijn. Zij hebben hierop geanticipeerd en realiseren zich het risico van een 'tegenhype' na de ramp: één keer scoren met de ramp, en daarna nogmaals met de kritiek na afloop. Inmiddels heeft de SHO een nieuw financieel reglement, waarin de publieke verantwoording aanmerkelijk verder strekt dan voorheen. Dit is een nieuwe standaard.

De vraag is ook of de media teruggaan naar de gebruikelijke verhoudingen. Of gaat het anders: schrikken media van hun tijdelijke sympathie voor de actie, voor hun betrokken opstelling en gaan zij weer afstand nemen? Geven de kijkcijfers en de abonnee-aantallen in een geplaagd medialandschap aanleiding tot vaak onevenredige aandacht voor de schandalen, tegenslagen en fouten? Of is de berichtgeving afgewogen, met evenzeer aandacht voor de wederopbouw in de getroffen gebieden, de zelfredzaamheid van lokale organisaties, de achtergrondfactoren die ook in landen als Indonesië, India en Sri Lanka een rol spelen: brandbare politieke verhoudingen, ongelijke handelsrelaties, de schuldenproblematiek -onderwerpen die zwaarder verteerbaar zijn dan onze nationale saamhorigheid.

En welke keuzes maken de media in het algemeen? Waarom wel de zeebeving in Azië, en niet de grote rampen in het geplaagde Afrika? Wanneer is een grootschalige menselijke tragedie nieuws? Hebben de media nu wel verantwoordelijkheid voor de terugkoppeling naar de Nederlandse samenleving en alle gevers en actievoerders voor Azië? Ik denk het wel. De bijzondere deelname van de media in de tsunami-hype impliceert een rol in de verdere ontwikkeling van noodhulp naar wederopbouw naar een nieuwe start. Het hele verhaal; niet alleen de tegenslagen, ook wat wél wordt bereikt. Het verschil kortom, dat de gelden van de actie maken voor de getroffenen. Dat verschil is er en het is een groot verschil. Ook dat is een belangrijk thema in de berichtgeving die we te verwachten hebben.

Die berichtgeving moet onafhankelijk en kritisch zijn. Misstanden moeten gemeld, maar ook resultaten. De visser die weer een boot heeft, het weeskind dat wordt opgevangen. Onafhankelijke journalistiek, op eigen gezag en op eigen kosten. Daar is in ieder geval Novib behoorlijk calvinistisch in.

mailIcon print |