*

 

Ruilbeurs van ideeën, zo ziet het duo de Dresden Dolls zijn concerten.

door Danny Koks − 01/03/05, 00:00

De Dresden Dolls bestaan uit Amanda Palmer (zang, piano) en Brian Viglione (drums). Zij treedt op in zwart-wit gestreepte kousen en jarretels, hij met stropdas en bolhoed. Ze schminken hun gezichten wit en stiften hun lippen donker. Hun muziek wordt treffend omschreven als 'punkcabaret'. Denk daarbij niet aan Theo Maassen en/of Hans Teeuwen, maar aan Bertolt Brecht en Kurt Weill. Want de Dresden Dolls zijn gegrepen door het decadente cabaret van het Berlijn in de jaren twintig en dertig.

De relatie van Brian en Amanda laat zich niet eenvoudig in een hokje plaatsen. Alhoewel ze samenwonen, zijn ze geen geliefden. Toch hangt er wel degelijk een seksuele spanning in de lucht, zeggen ze. Soms gaan ze ook met elkaar om als broer en zus en hebben ze de meeste lol. Hun vriendschap is zeer innig, maar tegelijkertijd ook zakelijk en professioneel. Eén ding is zeker: ze kunnen niet de deur in elkaars gezicht smijten als ze diezelfde avond het podium op moeten. Al voelen ze die behoefte soms wel.

,,De band staat als een entiteit boven ons. Die dwingt ons volwassen en respectvol met elkaar om te gaan'', legt Amanda uit. ,,Als we slechts vrienden waren, hadden we na een ruzie kunnen zeggen: ik hoef jou voorlopig even niet te zien. Maar willen we ook zakelijk en op het podium met elkaar door één deur kunnen, zullen we door die stront heen moeten ploegen.''

Optreden als duo brengt een heel eigen dynamiek met zich mee. Als de een moe, depri of ziek is, zal de ander dubbel zo hard moeten werken om dat te compenseren. ,,Alle ogen zijn op jou gericht'', zegt Amanda. ,,Je hebt geen moment rust. Alles wat je doet, wordt onder de microscoop gelegd.'' Toch zouden de twee niet anders meer willen. Brian: ,,Wij voelen elkaar muzikaal zo goed aan, dat het soms wel op telepathie lijkt. Er ontstaat iets heel bijzonders als je zo intens samenwerkt als wij.''

Bovendien scheelt het als stress geen vat op je krijgt, meent de drummer. ,,We kunnen gelukkig lachen om onszelf en de foutjes die we maken. In onze thuisstad Boston donderde ik een keer van mijn drumkruk af bij het openingsnummer van een belangrijk concert. Ik had een spectaculaire entree in gedachten. Vanachter de gordijnen wilde ik in een keer op mijn kruk springen. Maar ik timede helemaal verkeerd en viel achterover. Ik had me kapot kunnen schamen, maar wat doe je eraan?''

Het lot van de Dresden Dolls werd bezegeld tijdens een Halloween-feest bij Amanda thuis. Zij verdiende toen nog haar geld als levend standbeeld (een witte bruid) maar wilde dolgraag verder in de muziek. Net als Brian, die van het platteland naar Boston was verhuisd om zijn droomband te vinden.

,,Ik ging verkleed als bloedend lijk en Amanda als secretaresse, in een mantelpakje en d'r haar in een strenge knot. Toen zij rond middernacht achter haar piano kroop, stond ik als aan de grond genageld. Daar zat de ideale muzikale tegenhanger van wie ik altijd had gedroomd. Zomaar voor het oprapen. Amanda speelde op een heel agressieve en percussieve manier. Voor mij was het duidelijk dat ze in haar hoofd een volledige band hoorde en ik wilde die leemte vullen.'' Op hun vorig jaar verschenen titelloze debuutalbum brachten ze al hun invloeden samen.

Amanda was vijftien toen ze een Duitse jongen ontmoette die haar kijk op muziek voorgoed veranderde. ,,Ik beschouw hem als mijn muzikale mentor. Hij werkte in een platenzaak en had een enorme collectie lp's en cd's. Een groot deel van onze relatie ging om het delen van muziek. Hij maakte altijd bandjes voor me, liet me nieuwe platen horen en nam me mee naar concerten. Zo leerde ik de Legendary Pink Dots, Can en Einstürzende Neubauten kennen. Die bands hadden enorm veel invloed op mijn eigen liedjes, die ik toen net begon te schrijven.''

De relatie liep op de klippen maar haar liefde voor Duitsland bleef. Ze had zichzelf Duits geleerd en besloot er een jaar te gaan rondtrekken. ,,Ik was een beetje teleurgesteld dat het romantische beeld dat ik als Amerikaan van Duitsland had, helemaal niet bestond. Ik had een enorme intelligente, artistieke subcultuur verwacht. Maar die was er natuurlijk niet. Want die moet je zelf creëren.''

Daar kwam het Weimar-cabaret om de hoek kijken. Dat bood precies waar zij naar op zoek was. ,,Voor mij essentieel aan het Berlijnse cabaret is dat het niet begint en eindigt bij de artiesten die op het podium staan. Alle mensen in de zaal maken deel uit van het optreden. Wij sporen onze fans dan ook aan om zich extravagant op te doffen en hun eigen muziek en kunst mee te nemen. We willen met ze praten over literatuur, politiek commentaar geven, ideeën en kunst uitwisselen. Een soort escapisme, maar dan anders. Niet vluchten voor de harde buitenwereld, maar ontsnappen in jezelf en in elkaar. En er als rijker mens uit tevoorschijn komen.''

mailIcon print |