Ze houden niet van belijdenisgeschriften. Toch hebben de remonstranten een nieuw document gemaakt, omdat het oude 'gelooven' niet meer past. En om naast vragen ook antwoorden te hebben.
'Vrijzinnig wil zeggen liever leven met vragen dan met antwoorden.'' Deze uitspraak van de beleidssecretaris van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden (in Trouw, augustus 2001) riep bij -eveneens vrijzinnige -remonstrantse predikanten vragen op. Zou er niet méér zijn wat (vrijzinnige) christenen bindt dan slechts de bereidheid vragen te stellen? En welke zeggingskracht had de remonstrantse belijdenis van 1940 nog?
Tien theologen bogen zich over de belijdenistekst en schreven een nieuwe. ,,Als de remonstranten nu gaan nadenken over wat hen bindt, is dat al een heel mooi resultaat van onze inspanningen'', zegt professor Johan Goud, voorzitter van de commissie van tien. ,,En aan andere kerken kan de tekst duidelijk maken waar de remonstranten voor staan.''
Goud: ,,We schrijven deze nieuwe belijdenis niet voor. We geven hem slechts ter overweging, net zoals dat met de vorige belijdenis ging. Die behoudt gewoon zijn waarde.''
Naast remonstrants predikant is Goud ook docent aan de theologische universiteit van Kampen, de opleiding van de Protestantse Kerk in Nederland (waar de remonstranten geen deel van uitmaken). Hij meent dat de taal uit de remonstrantse belijdenis van 1940 niet meer van deze tijd is. ,,Een formulering als 'het overwinnend teken des kruises' is erg triomfalistisch. Wij spreken nu liever van het kruis dat ons van ons stuk brengt, ons op een andere manier naar de wereld laat kijken.''
De nieuwe belijdenistekst spreekt van de kerken die 'één van geest' zijn. Is dat geen naïef soort wishful thinking?
,,Eenheid is inderdaad geen prestatie van de kerk zelf'', zegt Goud. ,,Toch willen we uitdrukken dat we geloven dat er één Geest werkt, die alle gelovigen verbindt en waar iedereen in kan geloven.''
De kerk is in de belijdenistekst het 'voorlopig teken' van de vriendschap met Christus, zegt Goud. ,,Het woord 'voorlopig' wijst vooruit naar een toekomst waarin de vriendschap tussen Christus en de mensen vanzelf zichtbaar wordt. Tot het zover is zijn we, bij gebrek aan beter, tevreden met de tussenkomst van een instituut als de kerk.''
De tekst uit 1940 begon met de woorden 'Wij gelooven'. In de nieuwe tekst (zie hiernaast) komt het 'geloven' pas veel later aan de orde, de eerste woorden luiden 'wij weten en willen aanvaarden'.
Goud: ,,We vonden het nodig om eerst iets over onszelf te zeggen, voordat we uitspraken zouden doen over geloven in de Eeuwige. Geloven is een levenshouding, dat is wat wij 'weten' en 'willen aanvaarden'. Geloven is een keuze, je moet wíllen dat je niet wordt beheerst door hebzucht en macht. Dat zit in ons, we ontkennen het niet, maar verwondering en verlangen zijn fundamenteler.''
De tien auteurs lichten hun belijdenistekst toe in een essay. Daarin duiken opmerkelijk veel niet-bijbelse bronnen op, van Frans Kellendonk en Toon Tellegen tot Dostojevski en zelfs Arnon Grunberg.
Goud: ,,Ik kan zelf niet anders gelovig zijn dan op een verdeelde manier. Ik put voor de erkenning van mijn geloof uit de christelijke traditie, maar ook uit de kunst en filosofie. Die bronnen lijken vaak niet met elkaar te verenigen, maar dat wil ik toch proberen. Niet-religieuze auteurs stellen religieuze vragen vaak veel radicaler aan de orde dan allerlei vrome verhandelingen dat doen. Rutger Kopland beschrijft in een gedicht een tekenaar die aan het werk is: 'Het wonder groeit onder zijn potlood'. Dat zou je als theoloog moeten doen: praten en schrijven over God als een groeiend wonder.''
Johan Goud en Koen Holtzapffel (red.): Wij geloven - wat geloven wij? Een boek over remonstrants belijden in 1940 en nu, uitgeverij Meinema 2004, ISBN 9021139642, 16,50 euro. De Landelijke algemene vergadering van beraad van de remonstrantse kerk bespreekt de belijdenistekst op 12 maart in Amersfoort.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.