Soms ben ik bang dat mij iets mankeert. Dat ik een elementaire en essentiƫle bouwsteen van de ware sportliefhebber mis. Noem het 't identificatie-gen. Ik kijk al sinds de grondvesting der wereld naar sport, dag in dag uit; wedstrijden, gesprekken met spelers en trainers, documentaires, praatprogramma's -niets is me te veel! Toch lukt het me niet om me met iemand uit die branche te vereenzelvigen. Ik heb dan wel favoriete voetbalclubs (FC Groningen, Feyenoord), maar denk niet dat ik ooit van ze wakker lig of dat ze in mijn dromen optreden.
Ik vrees dat ik lijd aan wat Immanuel Kant noemt: Interesseloses Wohlgefallen. Ik kijk graag naar sport, het behaagt me, maar meer ook niet. Om een of andere reden voelt dit belangeloze sportgenieten onnatuurlijk aan. Je hoort soms over mensen die als hun club verloren heeft op zondag geen hap door hun keel krijgen. Of die van chagrijn vroeg naar bed gaan. Een vriend van mij, verder een beschaafd iemand vol fijne humor, kan wedstrijden van Ajax niet aanzien zonder een verschrikkelijke hoofdpijn van de spanning op te lopen. Niet dat ik ernaar honger om van frustratie kleine bommetjes op het veld te gooien of met aanstekers te smijten, maar een beetje meer medegevoel zou me wel sieren, vind ik. Misschien eens met een wit zakdoekje zwaaien als ik vind dat de trainer weg moet (wat ik nog nooit gevonden heb, overigens, wat is dat voor een gevoel?) of iets van de tribune schreeuwen bij een foute beslissing. Het zal allemaal niet in mij opkomen.
Misschien ligt het aan mijn opvoeding. Mijn ouders hebben me bijvoorbeeld nooit een voetbalshirt gegeven met de naam van een geliefd voetballer erop (bij ons Piet Franssen, Gerrit van Tilburg of Martin Koeman), aan idolatrie werd bij ons thuis niet gedaan. Maar het kan ook zijn dat ik me sociaal verkeerd ontwikkeld heb. Door het gebrek aan duidelijke werkkring heb ik ook geen frustraties en ergernissen op het werk die ik in het weekend kan afwentelen op spelers, trainers en scheidsrechters.
Zelf denk ik dat het identificatie-gen er oorspronkelijk wel was, maar in 1974 is verschrompeld toen Nederland de finale van Duitsland verloor. Het voelde of ik iets fundamenteels kwijtraakte, vertrouwen, dat je van sport kunt houden. Daarna is het nooit meer goedgekomen met de fanatieke sportliefhebber Schouten. Noem het gerust een trauma.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.