De verzorgingsstaat in Nederland moet op de helling. De overheid moet uitsluitend nog inkomenssteun geven aan degenen die dat echt nodig hebben.
Meer mensen moeten aan het werk. Bovendien moeten zij hoger opgeleid zijn dan nu het geval is. Dat wil het kabinet. De ruimhartige verzorgingsstaat zoals we die nu kennen staat echter haaks op dit kabinetsbeleid. Hoe rianter de inkomensvoorzieningen van de overheid zijn, des te minder zijn burgers bereid meer uren te werken of zichzelf meer te scholen.
Dat stelt het Centraal Plan Bureau (CPB) in een discussiestuk voor de Tweede Kamer over het effect van de sociale zekerheid op de arbeidsmarkt. De politiek staat volgens het CPB de komende tijd voor moeilijke keuzes. Enerzijds wil Nederland een solidaire verzorgingsstaat, die de zwakken of de pechvogels voldoende beschermt. Anderzijds moet er een stelsel komen dat ervoor zorgt dat zoveel mogelijk mensen goed opgeleid zijn en aan het werk blijven.
Volgens de onderzoekers blijven collectieve regelingen in de nieuwe verzorgingsstaat het meest effectief. Individueel sparen voor werkloosheid is onnodig duur en niet doelmatig. Die verzorgingsstaat moet wel meer maatwerk bieden, meer eigen risico's voor burgers inbouwen, scherp op misbruik controleren en vooral negatieve prikkels bevatten om mensen aan het werk te krijgen. Positieve prikkels zoals subsidiebanen en sollicitatietraining werken nauwelijks, constateert het CPB.
De overheid moet ook niet te veel subsidie in scholing tijdens het arbeidzame leven stoppen. Leningen zijn een beter instrument. Wel moet de overheid zich veel meer richten op verbetering van de kinderopvang en flexibele werk- en schooltijden om het arbeidsaanbod te vergroten.
Het onderzoeksbureau geeft de politiek een aantal handreikingen om keuzes te maken. Zo moet ze af van het idee dat inkomenssubsidies aan zowel hoge als lage inkomens moet worden gegeven. Dat kost onnodig veel belastinggeld. Het is bovendien niet doelmatig, omdat het ervoor zorgt dat midden- of hogere inkomens minder snel geneigd zullen zijn (meer) te werken. De hypotheekrente-aftrek is zo'n subsidie.
Het CPB verwerpt daarom ook het idee van een basisinkomen voor alle Nederlanders, zoals vorig jaar door de opstellers van het Baliemanifest onder leiding van Ser-voorzitter Wijffels werd bepleit. Een basisinkomen bevordert niet de arbeidsdeelname en is onnodig duur. Dat geldt ook voor het kabinetsplan om een zorg-, woon- en kindertoeslag te geven aan lage tot en met de middeninkomens (60000 euro).
Het CPB bepleit vooral gerichte inkomenssteun aan lage inkomens. Dan is wel het onvermijdelijk dat de politiek accepteert dat de lage inkomens altijd in een armoedeval zullen belanden zodra ze gaan werken. Ze verliezen dan namelijk veel overheidssubsidies. Maar dat is beter dan de armoedeval bij de middeninkomens te laten plaatsvinden, stelt het planbureau.
Ook het door de liberalen vorige week gepropageerde idee van de vlaktaks (iedereen betaalt hetzelfde percentage) past niet in een moderne verzorgingsstaat. Het is immers onmogelijk met een uniform belastingtarief voor alle Nederlanders aan gerichte inkomensherverdeling te doen. Herverdeling kan het best worden gerealiseerd met een belastingheffing die afhankelijk is van het inkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.