Na de Russische leider werpt nu ook de Turkse premier zich op als bemiddelaar in het Midden-Oosten-conflict. Voor de islamist Erdogan is de gang naar de Joodse staat die van een koorddanser.
De Russische president was nauwelijks vertrokken, of de Turkse premier maakte zijn opwachting in Israël. Hun programma is vrijwel identiek: eerst Israël, inclusief een bezoek aan Jad Vasjem, het herdenkingscentrum voor de Holocaust, en dan een half dagje Palestijnse gebieden, inclusief een bezoek aan het graf van Jasser Arafat.
Vladimir Poetin bezocht meteen na aankomst de grote Russische Kerk; Recep Tayyip Erdogan bezocht gisterochtend de Al-Aksa-moskee. Afgezien van hun godsdienstige beweegredenen was het effect hetzelfde: aantrekkelijke plaatjes voor het thuisfront. Om diezelfde reden weigerde Erdogan een keppeltje op te zetten in Jad Vasjem -dat plaatje zou de verkeerde boodschap sturen.
Er zijn meer overeenkomsten tussen beide bezoeken. Poetin bracht voor de Israëlische president een sculptuur mee om het gezamenlijke lot van Joden en Russen als slachtoffers van het nazisme te benadrukken. Met het aanhalen van de betrekkingen met Israël hoopt de Russische president opnieuw een rol te spelen in het Midden-Oosten, niet langer als steunpilaar van de Arabieren, maar als bemiddelaar.
Erdogan had tevoren de Palestijnen een cadeautje gestuurd: de registers van alle landtransacties in Palestina ten tijde van het Ottomaanse rijk. De 140000 pagina's uit de jaren 1500 tot 1914 kunnen de Palestijnen helpen bij hun aanspraken op hun bezittingen. Dat moet verzachten dat de Turkse premier nu toch bij Sjaron op bezoek gaat, nadat Erdogan verleden jaar, na de moord op de Palestijnse leider Jassin, Israël nog van staatterrorisme had beschuldigd en de relaties aanzienlijk waren bekoeld. Maar ook Turkije, de heerser van weleer, wil nu graag bemiddelen in het Midden-Oosten-proces.
Terwijl Erdogan de hand van Sjaron schudde, keek hij richting Washington en Brussel. Een bijdrage aan het vredesproces, zo meent Ankara, levert Turkije punten op. ,,En wie is beter geschikt voor het slaan van die brug dan Turkije?'', luidde Erdogans retorische vraag.
Toch is dat niet de enige reden voor het bezoek van Erdogan, dat zeker niet wordt toegejuicht door zijn eigen islamitische achterban.
Beide landen zijn 'buitenbeentjes': niet-Arabische, westers georiënteerde landen die zich bedreigd voelen door buurlanden. Beide bestrijden een volk (Koerden, Palestijnen) dat een eigen staat wil. Beide zijn de sterkste militaire mogendheden in de regio. Turkije was het eerste 'islamitische' land dat de staat Israël erkende, in 1949. Anno 2005 is Turkije hét vakantieland van de Israëliërs en onderhouden de landen bloeiende economische betrekkingen.
Met name de Turkse generaals, nog altijd een factor van betekenis in de politiek, koesteren de band met Israël die zelfs is geformaliseerd in een defensiepact. Noch de verkiezingsoverwinning van islamisten in Turkije, noch de intifada heeft die relatie echt kunnen verstoren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.