Twee jaar vóór de kamerverkiezingen van 2007 ziet het ernaar uit dat de zittende coalitie van CDA, VVD en D66 inzet op voortgezette samenwerking. VVD en CDA spreken dat openlijk uit.
Met zijn voorstel voor één gezamenlijke kandidaat-premier van CDA, VVD en D66, geeft VVD-fractieleider Van Aartsen aan dat hij de coalitie na de verkiezingen van 2007 wil voorzetten. Dat is de politieke betekenis van het opmerkelijke voorstel dat hij gisteren in een vraaggesprek met Trouw deed.
CDA-leider Balkenende sprak al eerder die voorkeur uit. En hoewel Boris Dittrich zegt dat D66 de deur naar de PvdA open wil houden, heeft zijn partij met het Paasakkoord zwaar geïnvesteerd in de samenwerking met CDA en VVD.
De afspraken die D66 in dat akkoord kon maken over bestuurlijke vernieuwing, onderwijs en innovatie, tonen volgens Dittrich aan dat zijn partij een juiste keuze heeft gemaakt met de coalitie met CDA en VVD.
Daarbij komt dat de PvdA met de blokkade van de gekozen burgemeester in de Eerste Kamer heeft laten zien dat D66 voor bestuurlijke vernieuwing niet bij de sociaal-democraten moet wezen. En dat telt in 2007.
De waardering van Jozias van Aartsen voor de samenwerking met CDA en D66 groeit. Na de ontnuchtering van Paars kwam hij al terug van zijn uitspraak dat alleen PvdA en VVD samen de grote vernieuwingsprojecten in Nederland doeltreffend kunnen aanpakken.
Dat neemt niet weg dat hij aanvankelijk wel degelijk zijn aarzelingen had bij de samenwerking met het CDA in het kabinet-Balkenende. Hoewel het regeerprogramma perspectief bood op de hervormingen die hij nodig achtte in de sociale zekerheid, de arbeidsmarkt en de ziektekostenverzekering, vroeg hij zich af of slagvaardig opereren met het CDA daadwerkelijk mogelijk zou zijn.
De VVD-voorman vreesde dat de christen-democraten, als puntje bij paaltje kwam, eigenlijk niet bereid zouden zijn tegen belangenorganisaties in te gaan.
Dat is Van Aartsen alleszins meegevallen. Hij prijst de 'forse ingrepen' van het kabinet in de WAO en andere uitkeringen, al zou het volgens hem nog wel 'effectiever, sneller en beter' kunnen. Dat wijt hij niet zozeer aan tegenwerking van het CDA, als wel aan het bestaande politieke bestel.
Onze consensusdemocratie is volgens hem al te zeer ingericht op de totstandkoming van coalities van minderheidspartijen die elkaar in een aantal compromissen vinden. Dat zet een beloning op schikken en plooien en een straf op daadkracht. Hij wil naar een bestel waarin de regering sneller kan reageren op veranderingen in economie en samenleving.
Van Aartsen is daarom voor een versterking van de uitvoerende macht. Dat kan door de burgemeester en de minister-president een rechtstreeks mandaat van de kiezers te geven.
Ook is hij voor bestuurlijke hervormingen die blokvorming stimuleren, om de kiezers de heldere keuze tussen een 'links' en een 'rechts' blok te bieden.
Tegen die achtergrond moet zijn persoonlijke voorkeur worden gezien voor de gekozen formateur en voor een kiesstelsel dat grote politieke partijen bevoordeelt en kleine benadeelt.
Van Aartsen heeft daarmee een persoonlijke politieke drijfveer om zich in te zetten voor de gekozen formateur. Dat voorstel in het liberale manifest 'Om de vrijheid' is in eigen kring omstreden. Het VVD-congres beslist er eind deze maand over.
Het lokkertje in Van Aartsens inzet is dat een gezamenlijke kandidaat-formateur niet per se Balkenende hoeft te heten. In Vledder staat een ijzersterke kandidaat van de VVD klaar, in de persoon van Hans Wiegel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.