Hoeveel vertrouwen hebben burgers in de rechtspraak? Afgaande op opiniepeilingen is dat nog altijd uitzonderlijk hoog. Maar als we de advocaat Germ Kemper mogen geloven geldt dat niet voor Nederlanders die het moslimgeloof belijden. Aan de vooravond van het kort geding dat tegen zijn cliƫnt, het kamerlid Ayaan Hirsi Ali was aangespannen, toonde hij zich beducht de zaak te gaan winnen. Want, zo redeneerde hij onder meer in Trouw van gisteren: ,,Dan zal bij nogal wat moslims het idee ontstaan dat naar de rechter gaan geen zin heeft. Zij zullen begrip krijgen voor mensen die andere wegen bewandelen. Dat kan huiveringwekkende contouren krijgen. Inderdaad dreiging en geweld.''
Ik begrijp de advocaat wel. Zo was het van meet af aan nogal vreemd dat moslims een vervolg op Hirsi Ali's politieke pamflet Submission wilden verhinderen door tussenkomst van de rechter. Dat zijn we in Nederland niet gewend. Een film, een boek, een toespraak verbieden nog voor die gemaakt is. Daar trapt geen rechter in en dus ligt het voor de hand om met de advocaat zo'n rechtszaak niet als serieus te beschouwen, en er dus iets anders achter te zoeken, bijvoorbeeld dat moslims wel aangewezen zijn op dreiging en geweld om nog enig respect af te dwingen.
Maar hoe vreemd deze rechtszaak misschien ook is, het is al te dol om hieruit de conclusie te trekken dat moslims de rechter alleen maar vertrouwen, zolang die bereid is hen in het gelijk te stellen. Doet de rechter dat niet dan zouden moslims zich geroepen voelen om het recht in eigen hand te nemen. Wie zo redeneert kan de rechtspraak net zo goed overboord zetten. Want behalve moslims lopen er heel wat meer Nederlanders rond die vinden dat de rechter hen gewoon gelijk moet geven. Denk maar niet dat de Nomads straks in deemoed het hoofd buigen als de rechter hun kameraden straks tot de cel veroordeelt.
Ik zou zelf nog een stap verder willen gaan: er is sprake van een tamelijk brede beweging om de rechtspraak voor het karretje van het eigen gelijk te spannen. In Nederland manifesteerde zich dit verschijnsel heel duidelijk toen de rechter zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de daders van de doodgeschopte Meindert Tjoelker veroordeelde tot straffen van tussen de twee en vier jaar. Voor de rechter ging het om een uit de hand gelopen vechtpartij tussen twee groepen jongeren die elkaar uitgedaagd hadden. Tjoelker had bij wijze van spreken net zo goed in het andere kamp een dodelijk trap hebben kunnen uitdelen. Maar zo oordeelde niet het Nederlandse volk: dat reageerde verbijsterd op het vonnis. Opgezweept door een ongekende mediahype over zinloos geweld, had het volk gerekend op tenminste levenslang voor de daders.
In mijn somberste momenten denk ik weleens dat we niet meer met normale ogen naar een rechtszaak kunnen kijken. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld raakte in 1995 de ganse natie in de ban van de rechtszaak tegen de zwarte sportheld O.J. Simpson, die zijn blonde vrouw Nicole Brown en haar minnaar zou hebben vermoord. Je zou denken: bij zo'n ernstig misdrijf richt alle aandacht zich op de kwaliteit van het bewijs. Maar niets bleek minder waar. In het mediaspektakel draaide het om ras, om de man/vrouwverhouding, om klassentegenstellingen, om de moraal van beroemdheden en bovenal om kijk- en oplagecijfers. Simpson werd uiteindelijk vrijgesproken. Maar uit een opiniepeiling bleek dat het spektakel zijn werk had gedaan: zwarte Amerikanen juichten de uitspraak toe, blank Amerika noemde haar een aanfluiting.
Die kant gaat het dus ook op in Nederland, dat we niet meer kunnen kijken naar een rechtszaak voor wat die waard is. In plaats daarvan laten we ons afleiden door emoties die onvermijdelijk ook een rol spelen. En inmiddels zijn we al zover dat we kritiekloos aannemen dat moslims hier de rechtspraak wel niet zullen respecteren. Treurig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.