*

 

Kijk eens hoeveel oudere mensen in de Ser zitten

door R. van Bruchem en J. Paternotte − 02/03/05, 00:00

De belangen van jongeren raken ondergesneeuwd nu de samenleving vergrijst. Vakbonden, politieke partijen en adviesorganen moeten hun een stem en een zetel geven.

Jongeren moeten een zetel krijgen in de Sociaal-Economische Raad. Dat was de boodschap van het CDJA en de Jonge Democraten bij de bezetting onlangs van het hoofdgebouw van de Ser. Dit protest raakt aan een serieus probleem: de vergrijzing van het bestuur en de steeds grotere strijdigheid hiervan met de belangen van toekomstige generaties. Het protest van de CDA- en D66-jongeren geeft aan dat het geen conflict tussen de macht en de oppositie is, maar een belangentegenstelling tussen jong en oud.

Binnen de Sociaal-Economische Raad komt dit het duidelijkst naar voren. Ondanks de adviezen van vele economen dat de AOW onbetaalbaar dreigt te worden, wil de Ser niet aan een discussie over de AOW-gerechtigde leeftijd. Dat de Ser hier geen aandacht voor heeft is niet zo gek als we kijken naar de samenstelling van de Ser: de gemiddelde leeftijd van de leden ligt ver boven de 50. Robin Linschoten is met 48 jaar het jongste kroonlid. Verder levert alleen de FNV twee vijftig-minners. Drie uitzonderingen daargelaten, vormen dus dertig vijftigplussers hét adviesorgaan voor sociaal-economisch beleid in Nederland.

Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. De politieke besluitvorming die eruit voortkomt, heeft ook niet altijd te maken met de vergrijzing. Bij het minimumloon bijvoorbeeld laten de vakbonden het volledig afweten. Een Nederlander heeft op dit moment tot zijn 24ste een minimumjeugdloon, dat veel lager ligt dan het normale minimumloon. Dit staat los van eventuele ervaring of kwaliteiten.

Voor werkgevers is dit een lucratieve situatie, die hen in staat stelt veel goedkope arbeidskrachten in huis te hebben. De vakbonden stemmen hier klakkeloos mee in, mogelijk vanuit de gedachte dat zij in hun ledenbestand toch nauwelijks leden van 23 jaar en jonger hebben.

Overigens moeten politieke partijen niet alleen met een beschuldigende vinger wijzen naar de vakbonden, maar ook kritisch naar zichzelf kijken. Alle politieke partijen, inclusief CDA en D66, dreigen te verworden tot bolwerken van het verleden.

Het is van groot belang dat de ondervertegenwoordiging van jongeren snel wordt opgelost. Immers, jongeren kunnen elke keer de advocaat van de lange termijn spelen, en er op die manier ook voor zorgen dat de discussie breder getrokken wordt dan de belangen van de oude, gevestigde orde. Daarom is een vierde partij eigenlijk alleen maar een logische toevoeging aan de Ser. Laat bij het advies over de toekomst ook die toekomst aan tafel zitten.

mailIcon print |