Een historische canon, bestaande uit hoogtepunten uit de vaderlandse geschiedenis moet de jeugd leren hoe Nederlands ze is. De discussie hierover levert interessante vergezichten.
Groepen ontlenen hun identiteit aan de canon van de groep. De canon is een bindmiddel. Zo vormen 'liefhebbers van klassieke muziek' een informele hogere kaste. De groep die dezelfde canon kent, kan een heel volk omvatten. Op deze wijze kan de nationale geschiedenis fungeren om het nationaal bewustzijn te versterken. In tegenstelling tot wat historici beweren is het waarheidsgehalte van die geschiedenis niet relevant. Het gaat erom dat iedereen weet dat in 1600 bij Nieuwpoort gevochten werd. Wie tegen wie, dat weet niemand.
Dat juist nu de roep om canons sterk is, is eenvoudig te verklaren. Nederlanders hebben het gevoel omringd te zijn door mensen, met wie zij slechts kleine stukjes canon delen. Mensen die nog nooit van Goejanverwellesluis hebben gehoord, of klaverjassen, of Afrikaantjes, of Elfstedentocht, of Juliana, wat moet je met die mensen? De inburgeringscursus levert de buitenlander snel stukjes Nederlandse canon.
Er zijn vele canons: muzikale, literaire, historische, maar in het onderwijs is een vreemde ontwikkeling gaande. Het nieuwe leren dat de laatste jaren aan populariteit wint, wordt gekenmerkt door grotere vrijheid voor de leerling om zelf te bepalen wat hij leert. Maar tegelijkertijd is er een tegengestelde tendens. Meer nadruk op canons, historisch, literair of anderszins, betekent dat veel kinderen hetzelfde moeten leren. Dat betekent het eind van de vrijheid. Wat is belangrijker: de canon of de vrijheid?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.