is net als de rupsen van kleine vos en dagpauwoog bezet met vertakte stekels, waarschijnlijk bedoeld om insectenetende vogels af te schrikken. Als camouflage heeft de rups een grote witte vlek op de achterste lichaamshelft. Die vlek, die sterk afsteekt bij het donkerbruine voorstuk, lijkt op een vogelpoepje.
De aureliarups kun je aantreffen op brandnetel, maar in onze tuin leeft hij op hop. Niet zo vreemd, want de hopfamilie is aan de brandnetelfamilie verwant. Ook aalbes, kruisbes, hazelaar, wilg en iep worden in de boeken als voedselplanten genoemd, maar ik ben ze daarop nooit tegengekomen.
Het voorkomen van de gehakkelde aurelia is wisselvallig, vermoedelijk onder invloed van warme zomers. In de tweede helft van de jaren veertig zag je haar af en toe in West-Nederland, daarna niet meer tot in recente tijd. Op dit moment is de soort algemeen in de Randstad, maar het kan best dat ze zich in de komende jaren terugtrekt tot achter onze oostgrens. Twintig jaar geleden zag ik daar wel gehakkelde aurelia's, maar niet in Nederland. Wat niet wil zeggen dat de soort op de een of andere manier bedreigd is, want ze komt voor door heel Europa en Aziƫ tot in Japan.
Overwinterde vlinders vliegen in het voorjaar en hun nakomelingen in juni en juli. Die paren en leggen eieren, waaruit de rupsen komen die we nu zien. Die rupsen zijn erg vraatzuchtig en al na vijf weken klaar om zich te verpoppen. Ze veranderen binnen tien dagen in vlinders, die van eind augustus tot in oktober vliegen en op een vorstvrije plek overwinteren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.