Fiets- en voetveren dreigen te verdwijnen omdat ze niet rendabel zijn. Maar er zijn nog plaatsen waar met liefde wordt overgezet. Een reeks over veren en veerlieden. Aflevering 7: Jonen (Giethoorn).
Tegenwoordig is het hip om de eigen loopbaan een heel nieuwe wending te geven. Van it-consultant naar kunstenaar of leraar. In 1981 was dat nog heel anders. Toch besloten Ron en Mariet van der Werf, destijds respectievelijk 53 en 48 jaar, om Amersfoort te verruilen voor het dorp Jonen.
Ron zegde zijn baan als leraar wiskunde op en trok nog een tijdlang daarmee de aandacht omdat een landelijk dagblad ten onrechte meende dat hij dat vooral deed om een jongere collega een baan te gunnen. Maar voor Ron en Mariet, die ook het onderwijs verliet, was het dorpse leven de reden van hun verhuizing. Ze hadden op hun vakantieschip al kennis gemaakt met leven aan het water. Bovendien, ook al was Ron een echt stadsmens: de wieg van Mariet had vlakbij Jonen gestaan. Zo maakte de Randstad permanent plaats voor een huiskamer met uitzicht op het water, midden in een natuurgebied. Met kippen, appel- en perenbomen, ooievaars en met auto's nergens te zien.
Misschien is 'dorp' zelfs een groot woord, want Jonen bestaat uit niet veel meer dan tien woonhuizen, die bovendien niet zomaar te bereiken zijn. Vanuit Giethoorn is het een paar kilometer fietsen, vanuit Blokzijl kunnen bewoners tot op zo'n vijftig meter van hun huis met de auto komen. Dan wacht nog een obstakel: de ongeveer twintig meter brede Vaartsloot.
De bewoners trokken zichzelf al decennialang handmatig over het water en omdat het Overijsselse veengebied veel toeristen trekt, werd deze veer ook bediend door een al wat oudere visser. ,,Maar als het regende of als hij snel even een fuik wilde legen, kon het nog wel eens gebeuren dat de mensen tevergeefs aan de kant stonden te roepen'', vertelt Ron. Dat kostte het echtpaar weer klanten in de theetuin die Mariet inmiddels aan huis had geopend, en bovendien wilde Ron best het werk delen met de schipper.
De oude schipper overleed kort daarop en vanaf die tijd bediende de oud-leraar de veer. ,,Altijd contact met zeer verschillende mensen, een heerlijke baan. Klanten zijn bijna altijd vrolijk, ze hebben vakantie. Natuurlijk waren er ook wel eens dagen dat ik er geen zin in had.''
Acht jaar lang trok Ron 'als een soort Popeye' de pont, maar het werd zwaarder. Niet alleen vanwege zijn leeftijd, ook omdat de toeristenstroom bleef groeien: van 10000 in het begin tot 30000 nu. Bovendien moest het allemaal professioneler: nadat de pont was omgeslagen met twee koeien erop, waarbij een van hen het leven liet, wilde de verzekeringsmaatschappij pas een contract tekenen als de boot was gestabiliseerd met zijvleugels.
Eerst kreeg de oude pont een buitenboordmotor om de schipper te ontlasten en halverwege de jaren negentig maakte Europese subsidie een tweede, elektrische pont mogelijk. Voor maar liefst 24 personen, in plaats van het maximum van 8 op de oude veer. De toeristen -onder wie opvallend veel Duitsers- betalen nu 70 eurocent voor de overtocht van anderhalve minuut. De pont is van de gemeente Steenwijkerland, die het onderhoud verzorgt en een pachtsom van 'enkele duizenden euro's' per jaar vraagt.
Hoewel veel voetveren in Nederland bedreigd worden omdat ze niet uit de kosten komen, kan de familie Van der Werf er van leven. Zoon Jakob (41) en zijn vrouw Mirjam (39) hebben de pont, theetuin en woonhuis inmiddels overgenomen; de ouders wonen een paar huizen verderop en drijven daar een Bed and Breakfast.
Jakob aarzelde geen moment toen zijn vader op 69-jarige leeftijd aangaf dat het werk hem te zwaar viel -ook op aandringen van zijn moeder, die naar eigen zeggen in die tijd 'stond te stampvoeten achter het aanrecht'. Jakob: ,,Ik werkte in loondienst als hovenier, en de vrijheid van een eigen bedrijf trok mij aan. Bovendien, we wonen zo heerlijk, ik hoef hier niet zo vaak weg.''
Zijn vrouw vindt het wel belangrijk om regelmatig andere mensen te zien, daarom werkt zij erbij: een deeltijdbaan als begeleider van verstandelijk gehandicapten. Dorpsgenoten hebben de sleutel van de pont voor buiten de openingstijden; op de nieuwe pont mogen toeristen alleen worden overgezet door iemand die een vaarbewijs heeft. Dat zijn Jakob, Mirjam en vader Ron. ,,Ik begin daar niet meer aan, ik heb nu de leeftijd dat ik me láát overzetten'', zegt zeventiger Mariet.
Ook de ouders van Jakob zijn dik tevreden in hun kleine dorp. ,,Ik hoef niet op vakantie, ik stap elke ochtend vanuit bed in het water'', zegt Mariet. ,,We leven hier met de natuur, in februari hoor je voor het eerst de ganzen en de eerste koekoek is hier wereldnieuws.''
In twintig jaar is het dorpje wel sterk veranderd. Toen ze kwamen waren er nog sporen van de oude 'verveners', de arbeiders in het veen, en van de boeren die hun koeien nog met de hand overzetten. 'Klaas van Jonen' dreef een vermaard café aan huis waar iedereen welkom was voor een stevige borrel of om een beetje vis te kopen.
De oude boeren hebben plaatsgemaakt voor 'import', zodat Ron en Mariet al weer tot de oudste bewoners behoren. ,,Ach, vroeger stonden nergens hekken en liep je zo bij elkaar naar binnen. Nu willen de mensen niet dat je zomaar de boot bij hen aanlegt. Maar het blijft heel gemoedelijk, we helpen elkaar'', zegt Ron.
Dat helpen moet ook wel: in de winter moeten de bewoners gezamenlijk het ijs weghalen voor de pont. Want de overtocht is van levensbelang en die paar incidenten per jaar -als de pont omverslaat met tieners die 's nachts van het uitgaan terugkomen- worden druk besproken.
,,De winter is heerlijk rustig, soms zien wij tien dagen lang niemand'' zegt Mariet. Zoon Jakob gaat in de winter op vakantie en verdient daarnaast zijn geld door het overtollig riet in het natuurgebied weg te halen.
In de zomer wordt het steeds drukker op de Vaartsloot, die naar het Giethoornse meer toe loopt. Met Pinksteren staat er zelfs een forse file voor de veer. Vroeger leidde de drukte nog wel eens tot ongelukken: niet iedere plezierschipper heeft door dat de pont voorrang heeft op schepen korter dan twintig meter. De nieuwe pont is daarom uitgerust met zwaailichten en een forse toeter. ,,Ach, zelfs dan varen ze nog vaak door'', zegt Jakob. ,,Je ziet het vaak: schippers met een pilsje in de hand, die nemen het niet zo nauw. Dan kun je nog zo veel lawaai maken, ze begrijpen het niet. Vroeger gebeurde dat ook hoor, het is nu alleen drukker.''
Vader Ron: ,,Je ziet ze aankomen, met een flinke slok Beerenburger achter de kiezen, dan begint de ellende.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.