*

 

Dat u onomwonden stelt 'It's o.k. to be gay' geeft mij goede moed voor onze prille dialoog

Wouter van Oorschot − 18/12/04, 00:00

'Ik heb al meerdere malen een flikker een gigantische stoot op z'n gezicht geplaatst als hij ook maar zijn intenties kenbaar maakte', schrijft M.R. Jabri in zijn Anti-Homo manifesto. Uitgever-schrijver Wouter van Oorschot antwoordt: 'Dat u hem een poeier geeft als hij u verder niet lastig valt, is vierkant in tegenspraak met uw wens om de Nederlandse rechtsstaat in stand te houden.'

Geachte heer Jabri,

Onlangs las ik uw column 'Geen nicht in het licht' op www.elqalem.nl. Hierin geeft u aan 'niets' tegen homoseksuelen te hebben zolang u maar niet in het openbaar met hen wordt geconfronteerd. De slotsom van uw betoog is: ,,It's o.k. to be gay; doe het alleen in je woonkamer want ík wil er in 'mijn Amsterdam' niet mee worden geconfronteerd.'' Als argument voert u hiervoor onder meer aan, dat de lezer ook ú 'van de tramhalte' zou mogen wegjagen wanneer u 'spontaan' voor hem zou gaan staan om hem ongevraagd te voorzien van citaten uit de Koran of de Bijbel.

Ik deel de strekking van uw standpunt niet, maar omdat het mij een genoegen deed voor het eerst een stuk te lezen van een praktiserend moslim (zoals ik begrijp dat u bent) dat mijns inziens de mogelijkheid opent tot een serieuze gedachtewisseling over het óók voor moslims lastige onderwerp 'homoseksualiteit', bied ik u hierbij graag enkele overwegingen aan.

Op 11 november 2004 maakte u tijdens het televisieprogramma Rondom Tien duidelijk, dat u de rechtsstaat zoals die in Nederland vorm gekregen heeft, het verdedigen waard vindt - hetgeen mij genoegen deed want helaas neemt in ons land sinds kort het aantal schreeuwlelijken snel toe, die dat niet met u en mij eens lijken te zijn, en elke medestander is er immers één.

Blijkens uw column staat 'een vrouw uit maatschappelijk oogpunt volledig in haar recht' als zij u 'een klap verkoopt' wanneer u haar zou 'lastigvallen met bepaalde avances' - en ik deel uw mening op dit punt.

Volgens onze wetgeving staat een vrouw uit maatschappelijk oogpunt óók volledig in haar recht wanneer zij de avances die een man haar 'op de tramhalte' maakt, beantwoordt met een liefdevolle kus of intense tongzoen. De Nederlandse wet maakt hier geen onderscheid tussen mannen en vrouwen.

Sinds een aantal jaren stelt diezelfde wet echter óók, dat homoseksuelen 'uit maatschappelijk oogpunt volledig in hun recht staan' wanneer zij iemand 'een klap verkopen' als deze hen 'lastig valt met bepaalde avances'. De logische consequentie hiervan is, dat ook zíj avances 'op de tramhalte' mogen beantwoorden met een liefdevolle kus of intense tongzoen: ook hier maakt de Nederlandse wet geen onderscheid (meer).

Hieruit mag mijns inziens de conclusie worden getrokken, dat wie onze rechtsstaat het verdedigen waard vindt, zoals u en ik, zolang de wet dit verbiedt geen verschil mag maken tussen heteroseksuelen en homoseksuelen.

Intussen heb ik, zoals u van mij zult willen aannemen, begrip voor de meest uiteenlopende standpunten op het terrein van de seksuele moraal. Ook is mij uit eigen ervaring bekend dat homoseksualiteit voor verreweg de meeste praktiserende moslims een groot moreel probleem is.

Laat mij daarom volstaan met te zeggen dat ik de conclusie van uw column op www.elqalem.nl, dat u 'niets' tegen homoseksuelen heeft zolang u maar niet in het openbaar met hen wordt geconfronteerd, als uitgangspunt voor ons debat ten volle respecteer. Niettemin is uw standpunt in de dagelijkse praktijk van de ook door u verdedigde Nederlandse wet naar mijn mening onhoudbaar.

U laat er in uw column geen misverstand over bestaan dat uzelf heteroseksueel bent, en stelt daarnaast dat u 'al meerdere malen een flikker een gigantische stoot op z'n gezicht hebt geplaatst als hij ook maar zijn intenties kenbaar maakte'. Mij dunkt dat u hier iets over het hoofd ziet, wat uw standpunt fataal ondergraaft.

Dagelijks worden over de hele wereld duizenden vrouwen lastig gevallen door mannen, maar diezelfde mannen zullen 'op de tramhalte' nooit één homoseksuele man tegenkomen die zijn 'intenties' kenbaar maakt: deze kijkt wel uit, tenzij... tenzij misschien wanneer hij hen een paar minuten tevoren in een homokroeg vergeefs op de uitkijk heeft zien staan naar andere mannen.

Ik geef u zonder meer gelijk: wanneer een homoseksuele man op onfatsoenlijke manier van zijn belangstelling jegens u blijkt geeft, dan treft hem blaam - zo ongeveer, zou men zeggen, als wanneer een heteroman zich misdraagt jegens een vrouw 'op de tramhalte'. Dat u hem echter een poeier geeft als hij u slechts zijn 'intenties' laat blijken en u verder niet lastig valt, zoals die heteroman wél die vrouw, is vierkant in tegenspraak met uw wens om de Nederlandse rechtsstaat in stand te houden en valt niet te verdedigen.

Dat u onomwonden stelt 'It's o.k. to be gay' geeft mij goede moed voor onze nog prille dialoog: met hun - voorzichtig geschatte - aantal van 800.000 mannen en vrouwen vormen homoseksuelen immers een bijna even grote minderheid als de Nederlandse moslims (onder wie zich trouwens, al even voorzichtig geschat, 50.000 homoseksuelen bevinden). Beide minderheidsgroepen hebben dan ook een gemeenschappelijk belang voor wat hun emancipatie in de samenleving betreft.

Intussen maak ik uit uw artikel op dat uw grootste weerzin tegen homoseksuelen hun 'extravaganza' betreft, zoals die onder meer tijdens de jaarlijkse 'gay parade' zichtbaar wordt. Hoe moeilijk die extravaganza wellicht ook moge zijn in verband met uw geloof, vraag ik u op dit punt niettemin om het grootst mogelijke begrip. U schrijft dat veel homoseksuelen zich schamen voor de extravaganza van hun gevoelsgenoten.

Dat is waar en ik zeg u ronduit: het is ook niet 'my cup of tea'. Toch verzoek ik u te bedenken dat dit bij hen een uiting is van - inderdaad: overdreven - blijdschap: namelijk hierover dat ook zij, na duizenden jaren van onderdrukking door heteroseksuelen, éindelijk zonder angst 'uit de kast' kunnen komen om te leven 'in het licht' uit de titel van uw column.

En ja: ook voor veel niet-moslim heteroseksuelen is het buitengewoon lastig om zich voor te stellen hoe belangrijk het voor homoseksuelen is dat ook zij elkaar 'op de tramhalte' mogen kussen als zij dat willen.

Niettemin voorspel ik u, dat naarmate homoseksuelen zich in de praktijk steeds meer door hetero's geaccepteerd zullen weten, hun behoefte aan extravaganza zal afnemen: wanneer u goed kijkt, zult u zien dat er al bijna geen jongere homo's meer zijn die eraan toegeven, om de eenvoudige reden dat het niet voor hen niet meer hóeft.

Ik groet u vriendelijk en zie graag uw antwoord tegemoet.

Wouter van Oorschot

Amsterdam, 15 december 2004

mailIcon print |