Over een paar jaar is Europa grijzer dan het ooit was. Wijzer niet. Ondanks die hoge leeftijd, zijn we door alles wat zich hier en nu voltrekt, volledig in de war - als kinderen, net de luiers ontgroeid, die opeens een oorlog moeten leiden. Die in Irak was hiervan nog maar het begin.
Wij, die zo pacifistisch waren, dreigen nu wild, warrig en gewelddadig oud te worden. Vergeefs zoeken we wijsheid in onze poel van vrijzinnigheid. We zijn geen kinderen meer, beseffen we paniekerig, we zijn al ouders en we moeten oplossingen zoeken voor de bommen onder ons - en we zien geen oplossingen. Dus doen we maar wat omdat we van de kaart zijn. Opeens zijn we oude kinderen, die om leiders roepen.
Die roep alleen al: vormt die niet het beste bewijs hoezeer we in de war zijn? We zoeken naar waarheden, absolutismen zoals die van Van Randwijk of voor mijn part Churchill, maar alles wat we vinden lijkt ineens leeg. Te goed hebben we geleerd om te twijfelen, we weten niets meer zeker, en het lijkt wel alsof we de verworvenheden en inzichten van onze ouders niet weten te gebruiken in de praktijk van nu - waarin alles ineens anders is, en we de angst hebben verwelkomd in ons midden, echte angst, voor het onbekende.
We zijn opnieuw begonnen.
Worden we absoluut en moedig, of blijven we wat we zijn: halfslachtig en laf?
Natuurlijk staan we voor keuzes die we niet wensen. We willen niks, we willen rust, we willen dat alles weer zo wordt als het voor 11 september leek. Veilig. Gewoon. Saai. Heerlijk saai. Nederlands.
Wat was dat ook alweer?
Het oude is voorbij, en we staan er helemaal alleen voor. Hebben onze ouders ons dan niets geleerd? Het lijkt er wel op. Alles wat op dwang leek, helder, vaststaand en absoluut, werd immers vanaf veertig jaar terug lekker stout en postmodern afgezworen. Iedereen werd zijn eigen raadsman - extreem flexibel en altijd open voor kritiek. De compromissenpolder, dat waren wij. Een relict van een periode die voorbij is.
Ik vrees dat we in onze generatie nog niet heel veel verder zullen komen met verzoening, integratie, onderling vertrouwen, gemeenschapszin enzovoorts. Het is misschien echt te laat. En we hebben het voorlopig te druk met terroristen vangen, aanslagen verijdelen, weerstand bieden aan de grootscheepse chantage die momenteel gaande is en er op gericht is de regels en grondwetten van onze beschaving af te kalven, aan te knagen, op te lossen, uiteen te rijten. Hopelijk overleven we het, hopelijk zweert iedereen trouw aan het protest tegen die wereldwijde afpersing waar we nog maar zo kort bewust onder gebukt gaan. Maar niets is zeker. Er lijkt maar heel weinig specie te zitten tussen de verschillende bevolkingsgroepen.
Waar we mee kunnen beginnen is de opvoeding van onze kinderen.
Zij zijn nieuw. Zij kunnen het anders doen. Zij hoeven niet zo dom en onschuldig te zijn als wij. Onze kinderen kunnen leren waar wij, Nederland, voor staan. Alle Nederlandse kinderen. Laten we in hun hoofden prenten dat zij, zijzelf, het land vormen waar ze in wonen. Laten we ze dingen leren die ze nooit mogen vergeten. Woorden die ze elke dag moeten zeggen, elke dag moeten proberen te begrijpen.
Dat iedereen gelijkwaardig is. Dat de rede belangrijk is. Dat de democratie, die op die begrippen gegrondvest is, te verkiezen is boven tirannie van een ongekozen machtswellusteling. Dat je van je land mag houden, omdat jijzelf dat land vormgeeft en maakt tot wat het is. Een beetje patriottisme kan geen kwaad - te lang hebben we gedaan of dat een vorm van fascisme was. En als het de inwoners van een land kan verenigen, alle inwoners, lijkt me het een goed antwoord op onze valse, luie tolerantie, die dezer dagen zo tragisch zijn failliet beleeft.
In de VS wordt door kinderen elke morgen trouw aan de vlag beloofd:
I pledge allegiance to the Flag
of the United States of America
and to the Republic for which it stands
one Nation under God, indivisible,
With Liberty and Justice for all.
Dat is een mooie tekst - hoe summier ook. Alleen het woordje Republic hoeft te worden vervangen. En United States of America natuurlijk.
Ik beloof trouw aan de vlag... Laten we een dichter vragen om een strak, mooi, plechtig rijm dat elk kind moet kunnen dromen. Zo een dat je tot vervelens toe zegt, maar dat desondanks een onwrikbaar, dierbaar credo wordt, iets voor altijd, iets waarvan elk kind de betekenis gedurende zijn of haar schooltijd steeds beter gaat begrijpen.
Ik geef toe: een paar jaar geleden was zoiets niet bij me opgekomen. Maar nu vraag ik het me werkelijk af: zou dat niet een goed begin zijn?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.