*

 

De nekslag voor de straalkachel

Emiel Hakkenes − 18/12/04, 00:00

Geen kolenhok meer, geen vieze handen en meteen warmte in je huis. Toen in 1908 de eerste straalkachels op de markt kwamen, werden vooral de voordelen benadrukt. Dat de elektrische kachels en haarden duurder in gebruik waren dan de oude kolenkachels, zeiden de fabrikanten er niet bij. Voor nog geen zes gulden kon er in de eerste jaren van de twintigste eeuw een straalkachel worden aangeschaft bij het Gemeentelijk Energiebedrijf. De eerste elektrische kacheltjes werkten nog met een weerstanddraad die handmatig om een porseleinen staafje werd gewikkeld. Toen dit vervangen werd door kant-en-klare verwarmingselementen met een geprefabriceerde spiraal, werd massaproductie mogelijk. Een pronkstuk uit het kachelmuseum is de Disc. Deze schijfvormige straalkachel uit 1925 is een ontwerp in art-deco stijl van Rec Design en werd geproduceerd door Berry's Electric Ltd uit Londen. De Disc heeft vijf straalelementen, genoeg om een woonkamer behaaglijk warm te krijgen.

De straalkachel leek vanwege de lage aanschafprijs een groot succes te worden. Maar uiteindelijk gaven de nadelen de doorslag: zodra je het apparaat uitschakelde, was de warmte verdwenen, terwijl de oude kolenkachel nog een tijd nagloeide. De nekslag voor de straalkachel was de introductie van het stadsgas. Dat was zoveel goedkoper, dat de elektrische kacheltjes weer massaal uit de woonkamers verdwenen.

mailIcon print |