Direct na het schietincident bij Roemajtah is op de Nederlandse bases in Zuid-Irak volgens beproefd draaiboek een communicatiestop ingesteld. De satelliet- en internet-verbindingen gingen uit de lucht om te voorkomen dat het nieuws naar buiten zou komen voordat de familie van de zes beschoten militairen was ingelicht. Dat hebben medewerkers van de Maatschappelijke dienst defensie (MDD) in de nacht van zaterdag op zondag gedaan. Zondagochtend om half acht gaf het Ministerie van Defensie een eerste verklaring uit.
Ongeruste familieleden van de 1250 SFIR-militairen zijn al vóór de missie geïnstrueerd hoe bij calamiteiten te handelen. Zij kunnen bellen naar het in Apeldoorn gevestigde situatiecentrum van de landmacht, de hulplijn van de MDD of met de telefooncirkel van het Thuisfrontcomité van de Koninklijke marechaussee of landmacht.
De meest effectieve geruststelling is vanzelfsprekend een telefoontje of e-mail van de dierbare in Irak dat alles goed is. Communicatie tussen Irak en Nederland werd gisteren in de loop van de dag weer mogelijk.
Het ministerie van defensie houdt de identiteit van de omgekomen marechaussee uit piëteit met de familie geheim. Waarschijnlijk is het een kwestie van tijd voordat de naam van de wachtmeester der eerste klasse alsnog bekend wordt. Het lichaam zal dezer dagen per vliegtuig naar Nederland worden overgebracht.
Als de familie dat wil, kan de wachtmeester (zoals een sergeant bij de marechaussee wordt genoemd) met militaire eer worden begraven in zijn woonplaats of op de erebegraafplaats in het Gelderse Loenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.