Hoe zou het leven in het middeleeuwse Kampen er hebben uitgezien? Wat maakte de inwoners blij, waar waren ze bang voor? Welke geluiden hoorden de mensen als ze in de vijftiende of zestiende eeuw over straat liepen, welke geuren snoven zij op?
Thea Beckman heeft daar tijdens haar leven meer dan eens over nagedacht. De schrijfster deed ooit in de Kamper stadsarchieven onderzoek voor een nieuw te schrijven boek. Ze vond daar zoveel informatie dat de middeleeuwse Hanzestad uiteindelijk in vier van haar historische jeugdromans een rol is gaan spelen.
Behalve historische steden, plaatsen en gebeurtenissen ging Thea Beckman bij het schrijven van haar boeken ook uit van personen die in het verleden hebben geleefd. Soms was een historische figuur het belangrijkste personage. In De Stomme van Kampen was dat de doofstomme schilder Hendrick Avercamp die eind zestiende, begin zeventiende eeuw leefde. Aan zijn ogen mankeerde Avercamp gelukkig niets. Via zijn scherpe observaties genieten we mee van de bedrijvigheid van schepen en sjouwers aan de vroegere Welle, de huidige IJsselkade. Ook kijken we mee naar de havenmeester en brugwachters, het tolhuis, de kraan en de molens. En niet te vergeten de boeren en nijverheidslieden die met hun karren van het omringende land komen, om in de stad hun waren en goederen te slijten. Overigens vond Hendrick Avercamp het buitenleven interessanter om te schilderen dan de taferelen binnen de stadsmuren. Veel van zijn schilderijen zijn winterlandschappen soms met schaatsers op de bevroren rivier of uiterwaarden.
Soms verzon de schrijfster een verwante van een ooit echt bestaand persoon. Hasse Simonsdochter is het belangrijkste personage in de gelijknamige roman. Zij is het vrijgevochten kind van een mandenmaker uit IJsselmuiden, aan de overkant van de IJsselbrug. Zij trouwt in Kampen met de beter bekende Jan van Schaffelaar. Hasse heeft Jan eerst nog het leven moeten redden door hem te verbidden: door de toezegging met deze man te trouwen werd er van zijn verhanging op de Koornmarkt afgezien, ondanks de moord die hij had begaan. Wel werd het kersverse echtpaar verbannen uit de stad. Het middeleeuwse Kampen wist wel raad met criminelen.
Uit betere kringen afkomstig dan Hasse was de redersdochter Alijt van Kampen in Het wonder van Frieswijck. De rijkdom die Alijt genoot, stond in direct verband met de belangrijke rol van haar woonplaats als handelsstad en lid van het Hanzeverbond, een vereniging van 150 steden -van Novgorod tot Londen- die handel met elkaar dreven. Deze functie van de stad speelt ook een rol in Beckmans laatste roman Gekaapt! Daarin gaat koopmanszoon Gerlof Eekhout voor het eerst zlf op handelsreis. Een tocht die niet zonder gevaren was, getuige de titel van het boek. Het water speelde voor de middeleeuwse Kampers een grotere rol dan voor de huidige inwoners. De mogelijkheden van het water werden niet alleen bejubeld om de handelsmogelijkheden, maar ook bevreesd vanwege de risico's. Naast piraterij konden bijvoorbeeld ziekten en schipbreuk fataal zijn. De thuisblijvers leefden met de vrees dat degenen die zij in de haven hadden uitgezwaaid, niet meer zouden terugkeren. Weinig aan de nu glad geasfalteerde IJsselkade herinnert nog aan het wachten op de thuisvaarders en de bedrijvigheid na aankomst of bij vertrek van de schepen. Nu is het vooral pleziervaart die aan de kade aanmeert. De stad aan de monding van de voormalige Zuiderzee kende zelf ook de negatieve effecten van het water. De nog altijd bestaande Vloeddijk is daar nog een aandenken aan.
In de huidige tijd staan de Kampers bekend als een godsvruchtig volk. Maar dat was in de Middeleeuwen nog meer het geval. De vele kerken, van katholiek tot protestant, getuigen daarvan. Imposant is en blijft de aanblik van de Bovenkerk of St. Nicolaaskerk bij de aankomst per trein. Over de IJssel gezien markeert deze kerk het stadsaanzicht. Te bedenken dat de Hasse Simonsdochters hier ruim vijf eeuwen geleden ook al naar keken maakt -via de verbeelding- nog eens extra indruk. En behalve een mooi stadje bekijken gaat het er bij deze route natuurlijk toch vooral om de 'historische sensatie' te beleven, met Thea Beckman als sleutelfiguur tussen heden en verleden. Veertien citaten uit Hasse Simonsdochter (1983), Het wonder van Frieswijck (1991), De Stomme van Kampen (1992) en Gekaapt! (2003) stimuleren het inlevingsvermogen van de wandelaars.
Ziekte, verkrachting, moord, doodstraf piraterij of angst voor de duivel: Beckman heeft de harde kanten van het middeleeuwse leven nooit willen verdoezelen. Dat maakt haar boeken natuurlijk wel extra spannend. En het zijn, net als de lezersdoelgroep, altijd jong-volwassenen die met deze harde kanten van het bestaan geconfronteerd worden. Maar niet alles loopt slecht af. Behalve de spanning in de verhalen zijn universele thema's zoals liefde, vriendschap, angst en eenzaamheid het psychologische bindmiddel tussen de middeleeuwse hoofdpersonen en de hedendaagse lezers. De schrijfster rondde overigens nog een studie psychologie af, toen ze al tegen de zestig liep. Ook het schrijven kwam pas werkelijk goed op gang nadat ze haar kinderen had grootgebracht. Ondanks haar late bloei is Thea Beckman bekend geworden als dé schrijfster van de historische jeugdroman. Ze is bejubeld en gelauwerd om haar werk.
Thea Beckman had niet alleen bij leven gevoel voor historie. Al was de Tweede Wereldoorlog niet echt haar periode, ze overleed deze week een jaar geleden, in de nacht van 4 op 5 mei, op de grens van nationale dodendenking en Bevrijdingsdag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.