Het Edams Museum, opgericht in 1895 en daarmee een van Noord-Hollands oudste musea, is gevestigd in twee panden aan het Damplein: het oude raadhuis en een voormalig koopmanshuis uit ca. 1540.
Het woonhuis verkeert met de keuken en de in de opkamer getimmerde bedsteden nog grotendeels in een 17de-eeuwse staat, compleet met oud meubilair, wandtegels en gebruiksvoorwerpen. Heel bijzonder aan dit huis is de 'drijvende' kelder, die los van het huis geconstrueerd is en bij hoge grondwaterstand als een boot kan drijven. Volgens de legende had de voormalige kapitein die het huis liet bouwen, gekozen voor een drijvende kelder om zijn heimwee naar zee te compenseren. Een geloofwaardiger verklaring is dat de kelder een creatieve remedie was tegen de sterk wisselende grondwaterstand in het gebied.
De drijvende kelder is voor het publiek een sensatie, maar dat is Trijntje Kever niet minder. In het oude raadhuis hangt een afbeelding van deze 'Grote Meid', die op zeventiende jaar 2.60 meter lang geweest moet zijn. Ze hangt daar naast twee andere rariteiten: de 'Dikke Man' Jan Claes Clees, een herbergier die schoon aan de haak ruim 450 pond woog, en burge- en weesmeester Pieter Dirckz die een baard van 2.50 meter droeg. Vraag niet hoe Edam aan dit soort vreemde types komt: ze zijn in het Zuiderzeestadje wát groots met hun reuzen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.