die je door zijn geringe grootte tussen de overige vegetatie niet makkelijk vindt. In de grond zit een korte wortelstok, die elk jaar een stengel voortbrengt.
Op die stengel zit een enkel in tweeën gedeeld blad. Het onvruchtbare deel ervan is geen veer, zoals bij andere varens, maar een gladrandig blaadje. Het vruchtbare deel heeft de vorm van een slanke maïskolf met bolle sporendoosjes in twee rijen. Die wijken in bouw ook al af van andere varens en openen bij rijpheid met een zijdelingse spleet. In elk sporendoosje zitten duizenden sporen. Uit een spore komt op geschikte grond een ondergrondse voorkiem zonder bladgroen, die met behulp van een schimmel de noodzakelijke voedingsstoffen haalt uit dode plantenresten.
De addertong verschijnt in mei en vergaat tegen het einde van de zomer. De foto toont een jonge plant in mei. In de zomer wordt het vruchtbare deel langer dan het onvruchtbare deel.
De addertong groeit vooral in vochtig schraalgrasland en natte duinvalleien, in veenmosrietland en afgravingen. Ik vond het varentje op Terschelling meestal in kruipwilgstruweel en altijd samen met de ronde blaadjes van waternavel. Massaal groeit het in een zilte binnendijkse weide op Texel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.