*

 

Winnaars zijn zij die bij het laatste fluitsignaal van de scheidsrechter ook bovenaan staan

Mart Smeets − 07/05/05, 00:00

Waar ligt de congruentie tussen de net-niet-wedstrijden van PSV en AZ? De loftuitingen spoten door microfoons en pennen, maar dat hielp niets. Spelers van beide ploegen vroegen zich verdwaasd af waarom dit gebeurde? Waar het oneerlijke in school? Wie er zo keihard en meedogenloos over hun wankele sportbestaan regeerde? Het antwoord is wat dat betreft redelijk simpel: zijzelf.

Terwijl tv-vragenstellers het liefst of onder de grond wilden kruipen of ook inzagen dat vragen hier nooit als mercurochroom, maar veel meer als zout zouden werken, stonden de spelers in hun onbegrip en verbijsterende naaktheid zichzelf te excuseren: ja, goed gespeeld, sterker nog, tegenpartij weggetikt, maar op het laatst toch. Het klonk allemaal zo getroffen, zo pijnlijk, zo bijna schuldenvrij, maar dat was het juist niet.

Echte topteams staan aan het einde van de race bovenaan en kampioenen hebben iets extra's. PSV en AZ hadden dat dus net niet en hoe hard dat ook moge aankomen, het is de simpele wet van de topsport.

Michael Jordan en zijn Bulls wonnen altijd in de slotseconden, Carl Lewis sprong altijd goed of rende als snelste als de spanning optimaal was, Johan Olav Koss zette een hele schaatsnatie te kijk door op precies die ene belangrijke race van het jaar toe te slaan. Steffie Graf, Stefan Veen, het grote Ajax, Eddie Merckx, ja ook zij wisten te winnen als de druk bovenmenselijk groot was. Zij maakten geen fouten en die werden in Eindhoven en Alkmaar wel (zij het slechts heel kort) geëtaleerd.

Topwedstrijden, ook deze krakers, worden gespeeld tot het laatste fluitsignaal van de scheidsrechter en alleen het hebben van een extreem grote mate van geestelijke bekwaamheid onderscheidt de winnaars van de verliezers.

Heel even laat de bijna vlekkeloos optredende Van Bommel zijn man lopen. Het resultaat is dubbelhard: de beste man van PSV is dus niet honderd procent tot dat laatste fluitsignaal. Op het allerhoogste toneel wordt dat van de toppers gevraagd. Sneu voor Van Bommel, misschien ook wel pijnlijk voor zijn c.v., maar het dodelijke missertje staat op de band. Je ziet de voetballer in zijn meest kwetsbare moment. Heel even loopt hij gelijk op met zijn directe tegenstander, dan is er een miniseconde van twijfel, Ambrosini trekt weg en knikt (vrij als een vogel) PSV naar de prullenmand. Simpel as that.

Bij AZ? Precies zo. De winst rook heerlijk. Nat van zweet en regen, verdiend tot in de derde macht, maar ineens kon Henk Timmer, Mr. Wilskracht, net niet bij die niet eens zo gevaarlijke, maar wel geplaatste corner en scoorde Garcia.

Spelers van beide Nederlandse ploegen zullen deze nederlagen nog jaren voelen. Op weg naar roem werden ze gekort in hun streven de beste te zijn. Feit is dat ze dat dus niet zijn. Winnaars zijn zij die bij het laatste fluitsignaal van de scheidsrechter ook bovenaan staan. Dat het in dezen de zwak spelende Milanezen en de uiterst opportuun acterende Portugezen waren, doet pijn voor de twee Nederlandse ploegen, maar zo zit topsport in elkaar. Net niet de beste zijn, in zijn kale afrekening, na wel overheerst te hebben, zou wel eens een (sportief) Nederlandse eigenschap genoemd kunnen worden. Hier moeten menswetenschappers op losgelaten worden.

mailIcon print |