Wie in een willekeurige binnenstad letterlijk struikelt over de fietsen en bovendien nog stijf staat van de ergernis over de files waarmee hij eerder te maken kreeg, is gauw geneigd te denken dat we in een ramp van een land leven. Een land met een onoplosbaar fileprobleem en een land ook dat zo overbevolkt is, dat er zelf geen behoorlijke plaats meer is voor een eenvoudige fietser of voetganger.
Het zijn echter schijnproblemen. Niemand die dat beter onder woorden heeft gebracht dan minister Karla Peijs van verkeer en waterstaat. Terwijl in tal van gemeenten de autoriteiten met een knipschaar bars optreden tegen mensen die hun fiets niet keurig in een stalling hebben geparkeerd, zei zij in een interview met deze krant: ’Dat hebben die eigenaren niet verdiend en dat moet ook niet kunnen. De fietser is voor ons onmisbaar. Er gaan net zoveel mensen op de fiets naar hun baan als met het hele openbaar vervoer. Ik moet er niet aan denken dat fietsers de auto gaan pakken.’
Deze minister heeft gewoon gelijk. Er zullen ongetwijfeld fietsers zijn die hun voertuig al te slordig ergens wegzetten. Maar hun tekort weegt niet op tegen het zoveel grotere tekort waarmee diezelfde autoriteiten hebben nagelaten voldoende stallinggelegenheden te scheppen. Daarvoor lag al geruime tijd 250 miljoen euro op de plank, dat pas nu, dankzij het optreden van deze minister, langzaam uitgegeven gaat worden. Dat had sneller en beter gekund.
Hetzelfde verhaal is van toepassing op het fileprobleem. Pas onder deze minister is het inzicht doorgebroken dat het helpt als je het autorijden in de spits duurder maakt. Al was het maar om de doodeenvoudige reden dat zo’n 35 procent van de 65-plussers ’s ochtends wel eens om acht uur vertrekt om de file wat langer te maken. En pas onder deze minister ook is het bespreekbaar geworden om straks ook een kilometerheffing in te voeren.
Met deze maatregelen lost Peijs het fileprobleem als zodanig niet op. Dat pretendeert ze ook niet. Maar het helpt wel om het fileleed te relativeren en met deze minister tot de conclusie te komen dat het ook weer niet zo’n ramp is. De Nederlandse steden zijn nog altijd per auto bereikbaar. Vaak ook zijn er alternatieven beschikbaar. En ook als het niet anders kan, hoeft in de file staan geen ramp te zijn. Er is muziek, radio, een zaktelefoon en de eigen gedachten. Kortom, de files en de overlast van fietsen zijn tot op zekere hoogte vooral een schijnprobleem.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.