De vrees voor een nieuwe oorlog tussen de Turkse strijdkrachten en de Koerdische rebellen houdt -opnieuw -de bewoners van het dorpje Tuzla in het zuidoosten van Turkije in zijn greep. De familie Kekilik werkt keihard om haar huis in Tuzla weer op te bouwen -voor de tweede keer. In 1975 werd hun woning verwoest, door een aardbeving. Twintig jaar later ging hun herbouwde huis in vlammen op, in brand gestoken door het leger in de strijd tegen de Koerdische opstandelingen.
Nog altijd zien de gehuchten hier eruit als ruïnes, met overal totaal verwoeste huizen. Het is pas zes jaar geleden dat de staat de dorpelingen toestemming gaf naar hun 'huizen' terug te keren. De teruggekeerden leven er nu in onderkomens opgebouwd uit een allegaartje aan bouwmaterialen. De zes dochters Kekilik gaan naar school in een naburig dorpje, de plaatselijkse school ligt nog in puin.
Tuzla is een van de drieduizend Koerdische plaatsen die werden vernietigd, omdat bewoners rebellen van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK)) onderdak zouden hebben geboden. In diezelfde bloedige strijd kwamen in de jaren tachtig en negentig circa 37000 mensen om.
De vier zonen werken in Diyarbakir, de regionale hoofdstad. Zij zorgen voor het brood op de plank en beetje bij beetje voor de bouw van een nieuwe woning. Die nacht in 1995 toen het leger Tuzla in vlammen legde, herinneren ze zich maar al te goed. 'Verschroeide aarde' heette dat beleid.
,,Hier wonen we, hier willen we leven”, zegt moeder Feride Kekilik in haar dakloze huis. Het gezin deelt zijn lot met nog eens 380000 mensen die tien jaar geleden werden verjaagd. Volgens de Turkse overheid is een derde inmiddels teruggekeerd. Internationale organisaties betwisten dat, de aantallen zouden een stuk lager liggen.
Een extra probleem vormen de 'dorpsbewakers': Koerdische milities die bewapend zijn door de staat om de rebellen te bestrijden. Zij hebben zich meester gemaakt van verlaten woningen. ”De dorpsbewakers trekken profijt uit de oorlog”, legt Selahattin Demirtas uit, hoofd van de bond voor mensenrechten. De militieleden worden er ook van beschuldigd betrokken te zijn bij de moord op minstens acht ontheemden.
De regering heeft de inspanningen verdubbeld om -nog altijd geringe -schadevergoedingen te betalen, geleid door het besef dat als ze dat niet doet de eisen tot compensatie nog veel hoger kunnen uitpakken. Sommige slachtoffers hebben zich al tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gewend. Het proces van terugkeer wordt nu nog eens bemoeilijkt door een oplaaien van het geweld tussen leger en PKK.
,,Het begint weer”, zegt een restaurateur van een plaatsje even verderop. Zijn bewijs: hij werd onlangs gewekt door het geluid van de helikopters die richting bergen vlogen, de bergen waar de PKK-strijders zich schuilhouden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.