*

 

Gevangenisdorp Veenhuizen gaat open voor toeristen.

door Gerbrig van Brug − 21/05/05, 00:00

Veenhuizen is van oudsher een gevangenisdorp in het Drentse veen. Tot in de jaren tachtig was het dorp 'gesloten' voor mensen van buitenaf. Daarna volgde een periode van verval, maar met de vestiging van een museum over het Nederlandse gevangeniswezen hoopt Veenhuizen een echte toeristische trekpleister te worden.

Het gebouw is het bijzonderste van het Gevangenismuseum. Van het oorspronkelijke ontwerp uit 1823 is weinig over, maar het 'Tweede Gesticht' is het enige overgebleven werkgesticht van de drie die de Maatschappij van Weldadigheid, een organisatie die kansarmen een nieuw bestaan wilde bieden, in Veenhuizen liet bouwen.

Vanaf 1859 werden gebouwen en landerijen in Veenhuizen door het rijk beheerd, maar voor de bewoners veranderde er pas iets toen het ministerie van justitie in 1975 de leiding kreeg. Justitie liet in het dorp fabrieken bouwen en er kwamen veel sociale voorzieningen en woningen voor de medewerkers van het ministerie. Het detentiedorp werd grotendeels zelfvoorzienend en decennialang was Veenhuizen afgesloten van de buitenwereld.

Nadat Justitie zich in de jaren tachtig terugtrok uit het dorp, raakte het sociale leven in verval. Om Veenhuizen te revitaliseren ontstond ongeveer tien jaar geleden het idee om een groot, nieuw gevangenismuseum op te zetten -ter vervanging van het oude en veel kleinere gevangenismuseum dat zo'n 33000 bezoekers per jaar trok.

Het voormalige werkgebouw van de penitentiaire inrichting Esserheem is in slechts 16 maanden verbouwd en ingericht als museum, in opdracht van de Rijksgebouwendienst, Justitie, de Dienst Justitiële Inrichtingen, de provincie Drenthe en de gemeente Noordenveld.

Voor kunsthistoricus en criminoloog Heleen Buijs is de baan als directeur van het museum op het lijf geschreven. Zij hoopt vooral dat bezoekers ervaren hoe het is om in de gevangenis te zitten, zodat eventuele vooroordelen verdwijnen. De museumgast wordt hiervan bewust gemaakt via stellingen als 'De gevangenis is net een hotel', die men zowel voor als na het bezoek met 'eens' of 'oneens' kan beantwoorden.

Net als in een echte gevangenis verschaft een imposante sluis de toegang tot de cellen. Aan de hand van oude boeien, een pijnbank, een beulsbijl en gravures wordt de geschiedenis van ons rechtssysteem en gevangeniswezen in de zeventiende en achttiende eeuw uiteengezet. Door verhalen van een gifmengster en een bokkenrijder krijgt de bezoeker een persoonlijker kijk op het oude strafrecht. Een prent van de terechtstelling van Balthazar Gerards, de moordenaar van Willem van Oranje, laat zien dat politieke moord iets van alle tijden is.

Het citaat 'Armoede is een gebrek aan arbeid' van generaal-majoor Van den Bosch uit 1822 is tekenend voor de tijdgeest die de Maatschappij van Weldadigheid beïnvloedde. Door landlopers en wezen hard te laten werken zouden zij hun slechte levensomstandigheden kunnen verbeteren. De muren die de hardwerkende 'verpleegden' van hun bewakers moesten scheiden, zijn later verwijderd .

In het Gevangenismuseum is een speciale plek voor het dorp Veenhuizen en zijn inwoners ingericht. Meubels, foto's en andere spullen illu streren de verhalen die bewoners vertellen via een celkap, die gevangenen soms op hadden om onderling contact te vermijden. De gestichten hebben altijd een grote rol gespeeld in het sociale leven van de dorpelingen. Ook nu nog, want met drie gevangenissen en een jeugdgevangenis komt het huidige aantal gedetineerden op 800, en dat in een dorp met 1400 inwoners.

De gevangenissen in Veenhuizen hebben vaak als voorbeeld gediend voor andere Nederlandse inrichtingen. De ijzeren slaapkooien, die tot in de jaren zestig in Esserheem werden gebruikt, zijn veelvuldig gekopieerd. Ook werd met grote bewondering gekeken naar de uniformiteit van de gebouwen. Justitie-architect Willem Cornelis Metzelaar ontwierp bijna 150 gebouwen in Veenhuizen. Aan de bouwstijl van de huizen was te zien welke rang de bewoner binnen Justitie had. Door de moraliserende opschriften, zoals 'plichtgevoel', zijn de huizen nog steeds kenmerkend voor het dorp.

Via een systeem van cellen komt de bezoeker in het hedendaagse gevangeniswezen terecht. Maquettes en vloerpatronen van verschillende gevangenissen geven een beeld van de enorme omvang van ons gevangeniswezen. In een 'rechtbank' kan men zijn kennis van het strafrecht testen. Er wordt meer verteld over jeugddetentie, tbs en het leven achter de tralies. En er is uitgestald wat gevangenen niet mogen bezitten, zoal hasjpijpjes en namaakrevolvers.

Daarnaast zijn buiten nog enkele bezienswaardigheden te zien, zoals de originele stichtingssteen uit 1923 (boven de hoofdingang) en de gestichtsbel, die werd geluid als een gevangene was ontsnapt. Net als het educatieve programma voor kinderen zijn de aanleg van een nagebouwde luchtplaats, een speelplek en een terras nog in volle gang. Deze plaatsen moeten voor iedereen toegankelijk worden, omdat het behalen van neveninkomsten uit het verhuren van een drietal zalen en uit het restaurant van groot belang zijn voor het bestaansrecht van het Gevangenismuseum.

mailIcon print |