*

 

Dat halve wegkijken dat we doen, bij toestanden in de ouderenzorg. Maar het budget, dat zijn wij.

Bert Keizer − 21/05/05, 00:00

Cynisme is een kwalificatie waar je mee uit moet kijken omdat degene die het meent te onderkennen in een onderneming of een persoon het gevaar loopt zelf als cynicus het veld te moeten ruimen.

Zo bloeide mijn cynisme op bij de beschrijving van het gelaat van kardinaal Ratzinger als innemend, braaf en vriendelijk, terwijl ik steeds dacht aan Rattezang.

Ik kon vervolgens mijn oren niet geloven toen hij zichzelf, op prachtvolle wijze uitgedost, staande in de loggia van een van de rijkste bouwwerken van onze beschaving, toegejuicht door tienduizenden uitzinnige gelovigen, beschreef als 'een eenvoudige werker in 's Heeren wijngaard', waarbij hij een verwrongen lachje niet kon onderdrukken.

Hij klonk als de geheelonthouder in een bad gevuld met champagne die trots uitroept: 'Maar ik drink er niet van!'

Macht!

Universele heroïne. Dat wil zeggen: alle warmbloedige dieren met injecteerbare vaten gaan er meteen plat voor. Ik zeg 'warmbloedig' want ik weet niet of het vissenbrein drogeerbaar is.

Maar zo'n beschrijving van Benedictus XVI als een machtsjunkie die uit de juichende massa daar op het Pietersplein een fikse dosis inhaleert, klopt dat wel? Is het niet de beschrijver die een cynicus is, in plaats van de verse paus, die helemaal niet verwrongen lachte in gespeelde verlegenheid?

Integendeel, de arme man lachte zo onwennig uit oprechte onhandigheid omdat hij nog niet goed weet hoe je moet surfen als er dermate hoge golven van aanhankelijkheid op je af rollen.

Ik denk dat het doortrapte ontbreekt in Ratzinger, de opzettelijkheid die de ware cynicus kenmerkt, en die we bij hem zouden aantreffen in de scène waarin hij zijn maîtresse uitlegt dat het hele Dogma tergende onzin is die hem evenwel een unieke woonruimte biedt.

We laten de paus even verder zegenen en richten ons tot een andere winkel waar Macht nooit als zodanig over de toonbank gaat, hoewel alles wat daar verhandeld wordt er mee doordrenkt is: de gezondheidszorg.

Ook hier dreigt de constatering van cynisme de constateerder zelf te treffen.

Denkt u eens mee over het volgende epidemiologische feit: hoe meer gynaecologen zich in een regio vestigen, hoe meer keizersneden er plaatsvinden. Rond dit feit kunnen twee cynismen opbloeien. Degene die dit constateert met een smalende glimlach verdenkt die gynaecologen ervan dat ze bij hun keizersneden niet denken aan moeder of kind, maar aan hun tweede huis. Maar het cynisme kan ook in de gynaecologen zitten in het geval dat die man gelijk heeft.

Ander voorbeeld: wie in 1962 suggereerde dat het percentage seksueel geperverteerden onder katholieke priesters om voor de hand liggende redenen veel hoger is dan onder benzinepomphouders zou als een cynicus terzijde zijn geschoven. We zijn nu een stuk wijzer en bedroefder op dat punt en cynisme ligt nu eerder in het kamp van mensen die het celibaat nog altijd als een heilzaam instituut willen zien.

Maar 'kwalijke praktijk' is te vaag. De praktijk moet een zeer bepaalde eigenschap hebben wil er ruimte voor cynisme zijn, in de dader dan wel de ontmaskeraar. Een bepaald soort vertrouwen moet geschaad zijn.

Stel dat we erachter komen dat alle pakken Douwe Egberts-koffie opzettelijk 37 gram te weinig koffie bevatten. De oplichters! zeggen we dan.

Maar als die 37 gram stelselmatig ontbraken in Max Havelaar-koffie, dan zouden we zeggen: dat is pas cynisch. Dat komt omdat er een dosis ethiek in Havelaar-koffie zit, precies het spul dat ontbreekt in de bonen van Douwe Egberts.

Het gaat om het verschil tussen een leugen over de hoeveelheid bonen en een leugen over de bedoeling van de verkoper.

Denk aan de stickers die men op producten plakt uit Aziatische landen waarmee gegarandeerd wordt 'dat er bij het vervaardigen van dit product geen sprake was van kinderarbeid'. Mijn (cynische?) inschatting is dat die stickers daar op elke straathoek zijn te krijgen en braaf door kinderarbeiders op de door hen vervaardigde producten geplakt worden.

Wat betreft mijn favoriete probleem, de ouderenzorg, is daar sprake van cynisme? Oordeel zelf.

Iedere manager in de verpleeghuissector zegt 'de patiënt staat centraal!' Maar kijk eens naar wat ze die patiënt voorzetten bij het ontbijt: harmonicabrood, besmeerd met de goedkoopste margarine, bestrooid met zo'n hagelslag waar de cacao zorgvuldig uit geweerd is en waar je nog urenlang een gore plastic nasmaak aan overhoudt. Kortom, goedkope troep in bulk ingekocht, die ze hun eigen kinderen nooit zouden voorzetten. Na één blik op het ontbijt weet u: het budget staat centraal!

Is hier sprake van opzettelijke schending van vertrouwen? Ik denk het wel, maar ik worstel met dat 'opzettelijk'. Ik geloof, nee ik zie, dat mensen in verpleeghuizen op cynische wijze te grazen worden genomen, maar door wie? Door de dokter, de zuster, de manager, hun familie of door 'het budget'? Maar het budget, dat zijn wij. Dat halve wegkijken dat wij doen, bij toestanden in de ouderenzorg, de veiligheid zoekend van onwetendheid, waar vergeving aan gekoppeld is (Heer vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen) ik ben bang dat we dat toch zullen moeten uitboeken als: cynisch.

mailIcon print |