en gaat in de zomer over op scabiosa en kaardebol. Voor een bladluis is deze soort tamelijk groot, wel een millimeter of drie. De lichtgroene vrouwtjes worden gewoonlijk omringd door een hele club roze jongen.
Het geheim van het enorme voortplantingsvermogen is dat vrouwtjes zonder tussenkomst van mannetjes (dus als maagd) jongen krijgen, niet als ei, maar meteen als nimf. Tussen deze ongevleugelde generaties komen gevleugelde voor, die zorgen voor de verspreiding van de soort. In de herfst worden gevleugelde mannetjes en vrouwtjes geboren. De laatste leggen na een normale paring overwinterende eitjes, waaruit weer een generatie van maagdelijke moeders voortkomt.
De gewone rozenluis heeft grote siphunculi, wat deze soort onderscheidt van andere rozenbladluizen. De buisjes vormen de uitgang van gespecialiseerde wasklieren, die dienen om sommige predatoren af te schrikken. En niet om honingdauw af te scheiden, zoals men vroeger dacht. Bladluizen zuigen hun hele leven lang sappen uit het plantenweefsel. De overtollige suikers in dat sap scheiden ze uit als honingdauw.
Grote zwarte haarmuggen zweven rond bij bosranden of hangen in griezige kluiten aan de twijgen. Hun wetenschappelijke naam? Bibio marci, in de volksmond 'maartse vlieg'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.