Nieuws kan je murw maken. Hoe gruwelijk ook, sommige feiten van vandaag lijken slechts varianten op het nieuws van gisteren of eergisteren. Inez Polak biedt daar al vele jaren weerstand tegen. Met tussenpozen is zij sinds 1981 onze correspondent in Israël. Geweld is haar meer dan vertrouwd, evenals de van tijd tot tijd opflakkerende hoop op vrede en de steevast daarop volgende ontgoocheling. Het vergt wat om je daarin staande te houden en je werk te doen -daarover zo te berichten dat mensen je willen blijven lezen in weerwil van cynisme en moedeloosheid.
Vorige week gaf zij mij een spoedcursus in dit duizelingwekkende labyrint van Torah, Koran en Bijbel. Wij stonden stil bij het graf van Jasser Arafat in Ramallah, maar enkele uren later ook bij dat van de kolonist Baruch Goldstein -in 1994 vermoordde hij in de moskee 29 moslims, en volgens sommige orthodoxe Joden is hij dus een held. Wij dronken thee met munt te midden van Arabieren aan de waterpijp en doopten ons pitabrood in de humus in de feeërieke tuin van het hotel waar alle creditcards welkom zijn. Wij dobberden even in de Dode Zee, waar Russische immigranten picknickten op het strand en wij passeerden in de woestijn de krotten van bedoeïenen, een volk dat binnen de staatkundige grenzen geen kant meer op kan. En op de heuvels rondom Oost-Jeruzalem zagen wij tienduizenden nieuwe huizen opgetrokken als Joodse forten. Op een top stonden wij tegenover de vier meter hoge veiligheidsmuur die de woningen van Bethlehem afgrendelen. Wij snelden langs de heiligdommen van vele religies en kuierden over de stranden van Tel Aviv langs badgasten met de rug naar het beloofde land. In het voorbijgaan werd een café of bushalte aangewezen waarop aanslagen waren gepleegd.
Wij stuitten op checkpoints waar jonge soldaten achter prikkeldraad ons wel doorlieten omdat wij Palestijn noch Israëliër waren. Een keer wisten zij niet goed of het wel mocht en zochten ze toestemming van een hogergeplaatste, maar die had het te druk omdat zijn mannen op dat moment bekogeld werden met stenen. Wij luisterden naar een prominent lid van de Fatah-beweging die ons een nieuwe intifada aankondigde -geen verwachting of mogelijkheid maar een feitelijke mededeling.
Staand naast de auto op de snelweg terwijl de motor bleef draaien, herdachten wij dinsdagavond met de taxichauffeur een minuut de doden van alle Israëlische oorlogen. De volgende avond vierden wij de geboorte van de staat op het plein waar Jitschak Rabin werd vermoord. Jong en oud gaf zich over aan het volksdansen in steeds wijder wordende cirkels. Lege autobussen waren dwars over de toegangswegen gezet om veiliger te kunnen feesten.
In Hebron zagen wij hoe een groep jonge orthodoxe vrouwen in lange rokken samendrong voor de winkel van een Palestijn en passages uit de bijbel declameerde: dit land heeft God aan de Joden gegeven, vreemdelingen horen hier niet thuis. Een soldaat stond in de deuropening om de vrouwen buiten te houden. Niemand wilde wat zeggen tegen de correspondent, alleen de buurvrouw meldde dat zij dit al maanden elke dag een uur lang doen. Er stonden davids sterren gekalkt op de huizen van Palestijnen die zich al hadden laten verdrijven.
In korte tijd raakten wij gewoon om overal onze tas te openen voor inspectie. En wij lazen in de krant dat het betrekkelijk rustig was, maar dat was vorige week. Gisteren meldde Inez Polak beschietingen in Gaza.
In een paar dagen tijd kun je veel zien. Je begrijpt niets, maar je voelt wel veel duizelingen. Onze correspondent is eraan gewend. Zij bewaart de afstand die nodig is om te kunnen waarnemen. En in de zomer verblijft zij enkele maanden in Amsterdam. Het is haar dan te heet in Israël. Maar het is meer dan dat; je moet ook even kunnen ontsnappen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.