De kampioen van Roland Garros moet de komende twee weken meer partijen winnen dan Wessels, Schalken en Sluiter dit jaar samen op gravel deden. Het Nederlandse tennis staat op de handrem.
Het contrast met vorig jaar is groot. Twaalf maanden geleden kregen de Nederlandse tennissers een uitnodiging voor de World Team Cup, het jaarlijkse landentoernooi aan de vooravond van Roland Garros. Die eervolle invitatie uit Düsseldorf was te danken aan de toptwintig-noteringen van Sjeng Schalken en Martin Verkerk.
Schalken, Verkerk en John van Lottum, die de ploeg destijds completteerde, illustreren nu de dip waarin het Nederlandse tennis zich bevindt. Door ernstige fysieke problemen is het drietal ver teruggeworpen en opvolgers zijn in geen velden of wegen te vinden. Pas in 2008, zo verwacht technisch directeur van de tennisbond Hans Felius, dienen zich nieuwe spelers aan voor de mondiale tophonderd.
Wessels, Sluiter en Schalken, de drie Nederlandse mannen die vanaf maandag actief zijn op Roland Garros, behoren nu tot de achterhoede van de honderd beste tennissers. Van hen lijkt alleen Schalken in staat zich weer te melden in de topvijftig. Maar dan moet het lichaam, dat de Limburger de afgelopen anderhalf jaar veelvuldig in de steek liet, wel heel blijven. Want hoeveel fysiek malheur kan Schalken mentaal nog aan?
De toekomst zal uitwijzen of Van Lottum en Verkerk ooit weer op hun oude niveau terugkeren. Het vooruitzicht voor Van Lottum, die herstelt van een ernstige rugkwetsuur, lijkt minder goed dan voor Verkerk, die tweemaal aan de rechterschouder werd geopereerd. De Alphenaar, twee jaar geleden verrassend finalist op Roland Garros, heeft voor later dit jaar zijn rentree aangekondigd. Dan moet blijken of hij mentaal sterk genoeg is om zich weer terug te knokken.
De aflossing van de wacht laat op zich wachten. ,,Toen ik in 1999 bij de bond kwam, heb ik gezegd dat er pas in 2008 nieuwe spelers in de tophonderd zouden staan'', zegt Felius. De tijd zal leren of de technisch-directeur voorspellende gaven heeft. ,,Ik heb toen ook gezegd dat er in 2005 een vrouw in de tophonderd zou staan.'' Michaëlla Krajicek, nu nog nummer 114, staat op de drempel. Dit weekeinde kan zij zich, net als Elise Tamaela, plaatsen voor het hoofdtoernooi van Roland Garros.
Bij de jongens heeft de bond in Robin Haase, Igor Sijsling, Antal van der Duim en Thiemo de Bakker een aantal jongens dat zich in hun leeftijdsgroep kan meten met de wereldtop. Volgens Felius zijn zij net zo ver als Richard Krajicek, Jacco Eltingh en Jan Siemerink op 18-jarige leeftijd waren.
Haase en Sijsling ontbreken op het jeugdtoernooi van Roland Garros. Precies in die week staat voor beide talenten het eindexamen gymnasium/vwo op de agenda. En dat gaat in Nederland voor. Felius: ,,In de meeste westerse landen is dat normaal. Alleen in Oostbloklanden zie je nog jongens die op hun twaalfde van school gaan. Wat betekent het missen van één grand slam op een heel leven. Haase speelde de halve finale in Melbourne en straks doet hij mee aan Wimbledon en New York. En tijdens zijn studie heeft hij volop kunnen tennissen. In december en januari maakte hij een toer door Australië en Midden-Amerika.''
Na hun studie gaan Haase en Sijsling zich volledig richten op hun tenniscarrière. Zij krijgen daarbij alle steun en faciliteiten van de bond, want zo zegt Felius: ,,De beste spelers krijgen de beste programma's. En daarin doen wij geen concessies.'' Want Nederland heeft behoefte aan nieuwe toppers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.