De krapte aan olie kan funest zijn voor de internationale samenwerking en voor nieuw klimaatbeleid. Een wetenschapper overdenkt de energiehuishouding.
Een 'soepele' overgang naar een duurzame wereld, met een heilzaam klimaatbeleid en meer groene energie, zit er niet in, schrijft Jos Bruggink van Energieonderzoekscentrum Nederland (ECN). We moeten ons voorbereiden op ontwrichting. De neergang van de olie zal spoedig inzetten en of 'Kyoto' een vervolg krijgt, is twijfelachtig. Zoveel rampspoed kun je maar beter incalculeren als je naar de toekomst kijkt.
Het lijkt een waarheid als een koe. Dat de internationale energiemarkten langzaam maar zeker een metamorfose ondergaan, is echter nog niet overal doorgedrongen. ,,Het denken over de toekomst van olie is over het algemeen optimistisch'', stelt Bruggink, beleidswetenschapper bij ECN, in zijn studie 'The next 50 years: Four European Energy futures'. Ten onrechte, vindt hij. ,,Het is plausibel dat de productie van olie in de nabije toekomst over haar top raakt.''
De constatering van Bruggink lijkt op doemdenken, erkent hij zelf in zijn essay, dat is uitgegeven ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van ECN. ,,De doemdenkers hebben gelijk in de zin dat scenario's die uitgaan van de beperkte beschikbaarheid van olie en scherp stijgende prijzen serieuze aandacht verdienen.'' In de ogen van Bruggink is het raadzaam met deze scenario's rekening te houden, omdat de spoedige schaarste aan hulpbronnen van doorslaggevende invloed kan zijn op de transitie naar een energiehuishouding met waterstofbussen, windmolens en biobrandstoffen.
De groei van vooral de Chinese vraag naar energie doet het ergste vrezen. De oliekrapte zou desastreus kunnen uitwerken voor de internationale samenwerking, en daarmee voor de onderhandelingen over nieuwe klimaatdoelstellingen na 'Kyoto'. ,,Er zijn op het moment evenveel redenen om aan een succesvol vervolg op het Kyoto Protocol te twijfelen, als redenen om een nieuwe periode van bindende afspraken te verwachten'', aldus Bruggink. Dé motor van innovatie in de energiesector, de opgelegde reductie van CO2
-uitstoot en de emissiehandel, zou aan kracht inboeten als het klimaat wordt geofferd.
De rode draad in Brugginks verhaal is, het is duidelijk, het verband tussen schaarste op de oliemarkten, het klimaatbeleid en de technische opties die voorhanden zijn voor de energietransitie. Het scenariodenken bij Bruggink is op zichzelf niet baanbrekend. Bij onder meer Shell, bij de overheid en de klimaatdeskundigen van het IPCC wordt aan de hand van scenario's naar de toekomst gekeken. De ECN-scenario's benadrukken echter dat economische groei, technologische verandering en milieu-effecten onderling afhankelijk zijn, terwijl in gewone scenario's economische factoren meestal aan de technologische ontwikkeling voorafgaan, schrijft Bruggink.
De ECN-wetenschapper probeert over te brengen dat langetermijnprocessen niet altijd 'onvermijdelijk' zijn, maar dat ze kunnen worden gestuurd. Deze wijsheid is het wezen van het transitiemanagement, een wetenschap in opkomst. Dankzij scenario's kunnen beleidsmakers hun strategie beter vormgeven, doordat ze scherper zien of er beren op de weg zijn. ,,Ze kunnen stappen zetten om doelen dichterbij te brengen of juist ongewenste gevolgen te voorkomen.''
De gereedschapskist van Bruggink bestaat uit vier scenario's -twee somber stemmende en twee rooskleuriger verhalen- aan de hand waarvan allereerst ECN zijn onderzoeksagenda voor de toekomst kan vaststellen. Waar moeten ze op mikken: op duurzaam, gas, nucleair, schone kolentechnologie? Het is een wetenschappelijke exercitie van het zuiverste water.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.