De beloning mag dan riant zijn, erg zeker is het bestaan niet: een op de zes toplieden van grote Europese ondernemingen werd in 2004 de deur gewezen. En in bijna de helft van de gevallen was dat vanwege slechte prestaties. Dat wil zeggen: slechte prestaties in de ogen van de aandeelhouders.
2004 was, niet alleen in Europa maar wereldwijd, een topjaar als het gaat om ontslagen president-directeuren, aldus adviseur Booz Allen Hamilton, die de veranderingen bij de 2500 grootste ondernemingen in de wereld jaarlijks meet. Dat topjaar markeert een omslagpunt in de verhoudingen binnen de onderneming: de president-directeur is een deel van zijn macht kwijtgeraakt aan de aandeelhouders.
Op deze weg heeft Europa de Verenigde Staten inmiddels ingehaald; met een rotgang. In 2003 lagen de twee gelijk: op beide continenten moest een op de tien top lieden het veld ruimen. Maar dat aantal lag in de VS het vorig jaar slechts iets hoger, een op de negen. En de trend is in de Verenigde Staten dalende, terwijl het aantal ontslagen toplieden in Europa hard stijgt.
De vraag is of Europa en zijn ondernemingen daar blij mee moeten zijn. De Europese toplieden die moesten vertrekken omdat de aandeelhouders hun prestaties onder de maat vonden, waren gemiddeld 2,5 jaar in dienst geweest. Een verbazingwekkend korte periode, aldus Booz Allen Hamilton. In zo'n korte tijd kunnen de aandeelhouders onmogelijk een goed oordeel vellen over de prestaties van een president-directeur. Bovendien zijn dergelijke snelle wisselingen voor de onderneming kostbaar en weinig efficiënt. De coach ontslaan als zijn ploeg de eerste vier wedstrijden van het seizoen verliest, getuigt misschien van daadkracht. Maar het is wel de vraag of het met die ploeg in de rest van het seizoen nog iets kan worden.
Toplieden weten hoe snel ze kunnen worden afgerekend op de prestaties van hun onderneming. En ze weten ook dat de aandeelhouder alleen let op de vruchten die hem in de schoot vallen in de vorm van koerswinst en dividend. Als een topman niet snel na aantreden de aandeelhouder tevreden stelt, loopt hij de kans ontslagen te worden. Tegelijk moet hij ervoor zorgen dat de onderneming toekomst heeft en op langere termijn winstgevend blijft.
Dat is een spagaat. En die wordt pijnlijk als de aandeelhouders hem te veel oprekken. Dat gebeurt nu in Europa, zegt Booz Allen Hamilton, en vooral in Nederland. We hebben het idee dat de Verenigde Staten het land zijn van presteren of oprotten, maar de Amerikaanse aandeelhouder blijkt juist de neiging te hebben een president-directeur te lang te laten zitten, ook als die slecht presteert.
Aandeelhouders hebben de macht de top van een bedrijf naar huis te sturen. Maar bij het uitoefenen daarvan letten ze alleen op de korte termijn. Terwijl ze het vernuft zouden moeten hebben om ook te denken aan het voortbestaan van de onderneming op langere termijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.