Minister Donner baarde afgelopen weekeinde opzien met zijn waarschuwing voor de risico's van een stem tegen de Europese Grondwet. Zonder Grondwet geen sterke Europese overheid. Met mogelijk opnieuw oorlog in Europa.
Deze week moest de CDA-bewindsman zich verantwoorden in de Tweede Kamer. SP-kamerlid Van Bommel, fel tegen de Europese Grondwet, sprak er schande van dat de minister van justitie het naderende referendum onder druk zette door potentiƫle tegenstemmers de stuipen op het lijf te jagen. Maar Donner nam nog geen letter terug van zijn verhaal.
Het tekent de werkwijze van de man die sinds juli 2002 minister van justitie is: je overdenkt een kwestie grondig en als je er vervolgens een stevig verhaal over houdt, laat je dat niet meteen weer omver blazen. Zo heeft Jan Pieter Hendrik (Piet Hein) Donner (Amsterdam, 20 oktober 1948) dat van thuis meegekregen.
Thuis, dat was het gereformeerde gezin van de staatsrechtgeleerde A.M. Donner, die aan tafel met zoon Piet Hein graag mocht discussiƫren over zware onderwerpen als het recht en de doodstraf. Vader Donner was eerst hoogleraar aan de Vrije Universiteit (waar Piet Hein later ook studeerde) en daarna jarenlang rechter in het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. De grootvader van Piet Hein leidde het departement van justitie van 1926 tot 1933 en was daarna jarenlang lid en president van de Hoge Raad.
Piet Hein Donner had er al 26 Haagse jaren in diverse ambtelijke en adviserende functies opzitten, voordat het grote publiek hem na de verkiezingen van mei 2002 leerde kennen als die vriendelijke, maar wat stijf overkomende heer die dag na dag in driedelig grijs het Binnenhof op kwam fietsen. Daar plaatste hij zijn zwarte herenrijwiel tegen de gevel van de Eerste Kamer om vervolgens binnen de vorming van een nieuw kabinet voor te bereiden.
Op verzoek van CDA-leider Balkenende, met wie hij al jaren op goede voet stond, trad hij toe tot de ministersploeg. Hij deed dat pas na enige aarzeling. ,,Ik wist niet of ik het kon'', zei hij twee jaar geleden ter verklaring tegen deze krant. ,,Ik was weliswaar al jarenlang vertrouwd met het overheidsbeleid, maar nu ben ik er voor het eerst persoonlijk verantwoordelijk voor. In mijn vorige functies moest ik gewoon m'n verstand gebruiken. Als minister moet je dat ook, maar er komt meer bij. Je moet mensen ook kunnen overtuigen. Neuzen gaan niet ineens een bepaalde kant op, alleen maar omdat ik dat zeg.''
De politiek kent echter wel voorbeelden van een minder gunstige entree. Kamerleden vonden hem charmant en hoffelijk, apprecieerden zijn subtiele gevoel voor humor en hadden hem hoog zitten als jurist. Naast de wat onzeker startende Balkenende maakte Donner een veel doortastender indruk. ,,Als het in de ministerraad moeilijk wordt, kijkt iedereen naar Donner'', heette het in die tijd op het Binnenhof.
Maar de man die in zijn eentje het hele eerste kabinet-Balkenende op sleeptouw leek te nemen, heeft inmiddels ook kennisgemaakt met de schaduwzijden van de politiek en ondervonden wat het is om butsen en deuken op te lopen.
Zijn eerste grote teleurstelling was dat hij zijn tweede informatieopdracht, na de verkiezingen van januari 2003, niet succesvol kon afronden. Donner werd er volkomen door overvallen toen het CDA de gesprekken met de PvdA afbrak. De kwestie zorgde dan ook een tijdje voor een wat koelere verstandhouding met Balkenende.
Ook als bewindsman heeft hij kritiek en tegenslag moeten leren incasseren. Donner zet bij de bestrijding van terrorisme en andere criminaliteit tamelijk zwaar in op repressie. Juristen verwijten hem nog wel eens dat hij daarin doorschiet, terwijl een deel van de Kamer hem juist voor de voeten werpt dat hij nog veel te naïef is. Naast bijval (die er ook was) oogstte hij vooral kritiek toen hij zich uitsprak tegen televisieprogramma's waarin de spot werd gedreven met het koninklijk huis, en toen hij de journalistiek opriep zich meer bewust te zijn van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid.
En net als minder gelauwerde voorgangers op het departement wordt ook Donner geconfronteerd met de akkefietjes die bij Justitie lijken te horen. Dan weer wordt hij naar de Kamer geroepen omdat hij een conflict heeft met een gevangenisdirecteur, dan weer omdat een ten onrechte op straat rondlopende tbs'er een meisje onvoert en seksueel misbruikt. Als het aan LPF en PvdA had gelegen had hij er vanwege die laatste kwestie al niet meer gezeten. Want Donner heeft inmiddels ook kennisgemaakt met het fenomeen motie van afkeuring. Maar opgeven? Dat doet een Donner niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.