Oud-fractievoorzitter Willem Aantjes heeft enkele malen van zijn CDA dan wel van partijcoryfeeën eerherstel gekregen. Toch blijft de verhouding ongemakkelijk.
CDA-voorzitter Marja van Bijsterveld heeft wellicht het gelijk aan haar zijde als zij zegt dat Aantjes geen eerherstel van zijn partij hoeft te krijgen. De partij heeft hem formeel nooit laten vallen. Aantjes zelf stapte in 1978 op als fractievoorzitter nadat hij ten onrechte door directeur Loe de Jong van het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) was beschuldigd tijdens de oorlogsjaren lid te zijn geweest van de Waffen-SS. Hij is sindsdien een actief partijlid gebleven en bezoekt trouw de congressen.
Enkele maanden na die dramatische dagen in 1978 pleitte de door het kabinet-Van Agt ingestelde commissie-Enschede hem goeddeels vrij. Hij was niet lid geweest van de Waffen-SS maar van de onschuldigere Germaanse SS, met als doel uit Duitsland te ontkomen. Bovendien had hij als gevangene in strafkamp Assen gezeten en niet als bewaker.
Van het CDA mocht hij de Tweede Kamer weer in op een vrijgekomen plaats, maar daar zag hij van af. Hij wilde alleen met een nieuw mandaat van de kiezer.
Toch was Aantjes sindsdien zwaar besmet. Hij kon slechts voorzitter van de Nationale Kampeerraad worden. Een hogere publieke functie was voor hem niet mogelijk, zo verdedigde premier Van Agt zich later. Aantjes heeft het jarenlang met opgeheven hoofd gedaan maar pijnlijk was het wel voor de man die destijds een groot stempel drukte op de politiek. Zijn indruk was dat zijn eigen partij hem had laten vallen.
Op partijcongressen werd die ongemakkelijke verhouding ook voelbaar. Sommige partijgangers gingen liever met een boog om hem heen. Op het partijbureau in Den Haag hing zijn foto niet in de portrettengalerij van voormalige fractievoorzitters en -leiders.
Riod-directeur De Jong erkende later wellicht iets te fel zijn geweest in de kwestie-Aantjes. Partijvoorzitter Marnix van Rij besloot vlak na zijn aantreden in 1998 hem alsnog een plek te geven tussen de andere partijprominenten. Aantjes had graag gezien dat een voorganger van Van Rij dat had gedaan, Piet Bukman, want die wilde volgens hem niet dat hij tussen de CDA-aanvoerders hing.
Oud-CDA-premier Van Agt ging in 1999 een stap verder. In tv-programma 'Buitenhof' sloeg hij een arm om Aantjes heen. Zijn partijgenoot was groot onrecht aangedaan, vond hij.
Doekle Terpstra zal met zijn oproep niet een formele rehabilitatie hebben bedoeld, maar eerder een morele. De partij zou ruiterlijk moeten zeggen, op het congres dat terugkijkt op 25 jaar CDA, dat de eerste fractieleider van de fusie tussen ARP, KVP en CHU groot onrecht is aangedaan. Zelf zegt Aantjes (82 jaar) desgevraagd: ,,Er zijn belangrijkere zaken in het leven dan deze kwestie.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.