*

 

Reggaeband Beef vliegt op Bevrijdingsdag per helikopter naar de festivals in het land.

door Danny Koks − 03/05/05, 00:00

Pieter Both is een allesvreter als het om muziek gaat. Zijn enthousiasme voor de meest uiteenlopende muziekstijlen kent bijna geen grenzen. Ali Farka Touré, Charlie Parker, Funkadelic, Prince, zelfs van Chinese opera is hij niet vies. ,,En veeg Tante Leen niet uit, dat is de Ella Fitzgerald van de Lage Landen. Zwaar onderschat. Johnnie Meijer idem dito. Mensen kennen hem alleen als de accordeonist van Manke Nelis, maar die man was de bebop-koning van Nederland. De enige reden dat hij nooit in Amerika is doorgebroken, is dat hij niet uit de Jordaan wegwilde.''

Maar reggae, of meer in het algemeen de muziek van Jamaica, heeft een bijzonder warm plekje in zijn hart. Die liefde begon met zijn moeders liveplaat van Bob Marley. ,,Iedere zondagochtend als zij nog lag te slapen, ging die op de pick-up. Alle kraakjes van de gitaren kende ik uit mijn hoofd. Later ging ik naar platenzaak Boudisque in Amsterdam en kocht ik een paar platen puur omdat ik de hoezen zo mooi vond. Dat bleken onbewust reggaeklassiekers te zijn. Die hebben zo'n brandmerk gezet in mijn gehoor en gevoel, dat is nooit meer overgegaan.''

Pieter Both is de zanger van Beef, na Doe Maar de succesvolste Nederlandse reggaeband ooit. Hun nieuwste cd heet 'Last Rudy Standing'. Die titel is een verwijzing naar het feit dat als gevolg van de malaise in de muziekindustrie zoveel van hun labelgenoten gedropt zijn. Dat is een van de aspecten van de muziekbusiness waar Pieter Both zo ver mogelijk vandaan wil blijven: geld. ,,Dat is ook het onderwerp van onze huidige single, 'Cashin' The Money'. Dat gaat letterlijk over onze platenbaas die tegen me zegt: 'Schrijven jongen, want we hebben liedjes nodig. Ik heb m'n nek voor jullie uitgestoken dus kom op, we gaan ervoor.' Da's ook logisch, die mensen hebben hun geld in ons geïnvesteerd en willen dat graag terugverdienen.''

,,Ons platenlabel hoopte dat we met onze vorige cd zouden doorbreken in het buitenland. Dat moeten ze vooral lekker blijven hopen. De hooggespannen verwachtingen laat ik tegenwoordig aan de buitenwereld over, ik ben daar vanaf gestapt. Ik zit nu twintig jaar in de muziek en altijd heb ik hoge verwachtingen gehad. Ik zat eens in een bandje, dat noemde iedereen dé grote belofte. Ik zelf ook hoor, ik riep ook altijd: 'Wij zijn de besten'. Maar met Beef heb ik dat losgelaten en sindsdien gaat het eigenlijk hartstikke goed met ons bandje. Dus mijn opdracht aan mezelf is: doe nou maar gewoon je werk en laat de verwachtingen aan de rest over.''

Beef heeft inmiddels drie platen opgenomen, ze hebben op alle kleine en grote festivals van Nederland gespeeld en twee jaar geleden namen ze een Zilveren Harp in ontvangst. In datzelfde jaar speelden ze ook op festivals in Burkina Faso en Zuid-Afrika, als onderdeel van een uitwisselingsprogramma van Stichting Mundial. Het waren twee onvergetelijke reizen, die een groot stempel hebben gedrukt op 'Last Rudy Standing'.

,,Van Zuid-Afrika zijn me twee dingen bijgebleven. Enerzijds een natuurreservaat dat net de hemel op aarde was, zo mooi. Het was daar net alsof je ieder moment Adam en Eva voorbij kon zien trippelen. Het andere uiterste was een poster met een bebloede luier waarop stond: 'Raping babies won't cure aids'. Seks met een baby geneest je van aids, dat is de gedachte daar. Ongelooflijk dat die twee dingen naast elkaar kunnen bestaan.''

Zijn warmste herinneringen gaan uit naar Burkina Faso. Reggae is er ongekend populair. ,,Na Allah staat Bob Marley daar op nummer twee'', zegt de zanger. ,,Iedere tekstregel van het liedje 'Burkina Allstars' is als een polaroid voor de band. Op een gegeven moment zing ik: 'Don't puke on holy ground'. We hadden in Burkina Faso een café leeggedronken, alle drank was letterlijk op. Op de terugweg werd een van de jongens misselijk. Maar net toen hij wilde overgeven, kwam er een Afrikaan aangelopen die druk gebarend duidelijk maakte dat hij op heilige grond stond en daar dus niet mocht kotsen. Zoiets zul je hier in de stad niet meemaken, dan krijg je hooguit een bekeuring.''

Voor 'Last Rudy Standing' schreef de band vijfentwintig nummers. Ze kozen uiteindelijk voor de meer serieuze liedjes, de vrolijke en opgewekte bewaren ze voor de volgende keer. ,,Het begint nu al te jeuken als ik aan die volgende plaat denk. Kijk, je kunt het spel spelen zoals een Italiaanse voetbalcoach en alleen maar verdedigen. Of je kunt het spelen zoals Marco van Basten, met durf en lef en de blik altijd naar voren gericht. En Beef is er niet de band naar om met samengeknepen billen het veld op te gaan.'

mailIcon print |