De speurtocht naar een plekje op een middelbare school begon dit jaar op een winderige avond, vroeg in het voorjaar. Het sneeuwde ook. Tot aan de school waar mijn zoon het liefst naartoe gaat is het een half uur fietsen.
Als voorproefje van wat onze zoons wellicht te wachten stond trapten de moeder van M., klasgenoot van mijn zoon, en ik gebogen over onze fietssturen door donker en kou, op weg naar de informatieavond, de sneeuwvlokken in onze wimpers. Waarom zo'n moeite?
De ervaring heeft geleerd dat scholengemeenschappen tegenwoordig nogal eens vol zijn. Ook voor broertjes en zusjes. Dan wordt er geloot. We hadden het met een van onze kinderen al eens meegemaakt dat er tegen de zomervakantie nog steeds geen plek was gevonden. Daarom begonnen we dit keer op tijd met beslissen.
Dat was iets te letterlijk, want we bleken een half uur te vroeg voor de informatieavond. De concierge liet ons binnen en zei dat we gerust het gebouw alvast mochten bekijken. Samen met de moeder van M. liep ik langs de rattenskeletjes bij de vitrines bij biologie, en toen waren we bij de aula.
Langs de wanden waren kastdeuren en ik kon het niet laten om die te openen. Ik liet de moeder van M. zien wat er achter zat: verkleedkleren voor het schooltheater. Maar wat voor verkleedkleren: er zaten twee bontjassen bij. Oudjes, maar wel echte. We keken elkaar aan en knikten vastbesloten. De informatieavond voor ouders moest nog beginnen, maar wij wisten genoeg. Een school waar zomaar bontjassen hangen in een kast die niet is afgesloten in een aula waar de leerlingen hun boterhammen eten, dat is een goede school.
We liepen de trap op naar de hal. Daar waren inmiddels meer ouders aangekomen en ook liep er personeel rond. Bij de conrector leverde ik het inschrijfformulier in. Ze borg het in een kast en zei dat er zeventig kinderen op de wachtlijst stonden. En dat terwijl de informatieavond nog moest beginnen.
Wat bleek: de inschrijving was al vanaf januari geopend. Had ik dat maar geweten. Er zou niet geloot worden, het ging op volgorde van inschrijving. Ik voorzag dat we dit keer misschien weer met een kind zouden moeten leuren, maar geruststellend zei de conrector dat er nogal wat ouders zijn die hun kind op meer dan een school inschrijven.
Die wachtlijst zou nog wel slinken. Dat deed-ie wel, maar niet genoeg. Er kwam een brief binnen die met Helaas begon. Voor M. was er wel een plekje. Het liet me niet los. In gedachten zag ik zoonlief door sneeuw en regen naar school fietsen en daarna in de aula zijn boterham opeten. Er is daar een plek voor hem, ik wist het zeker.
Toch nog maar een telefoontje naar de conrector. Ze zou nog eens kijken, op het laatste moment veranderde er wel eens wat. Toen ik twee dagen later uit mijn werk thuiskwam begroette mijn jongste zoon me buitengewoon uitgelaten. De school had gebeld: hij is aangenomen. Ook al wordt er niet geloot, het is net een loterij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.