*

 

Geen goede man

Afke van der Horst − 03/05/05, 00:00

Afke van der Horst is lerares op een vmbo-school in Amsterdam-West. Met enthousiasme vertelt ze over haar werk. Aflevering 5: Ismail haalt op school onvoldoendes maar in huis is hij de man die de huwelijkskandidaten van zijn moeder keurt.

De moeder van Ismail komt uit Egypte. Ik vind haar sympathiek. Ze heeft intelligente groene ogen, draagt een hoofddoek en spreekt goed Nederlands.

Van collega's heb ik begrepen dat het gezin van Ismail het niet makkelijk heeft. Er is iets met een scheiding en een stalkende gewelddadige vader. Het fijne weet ik er niet van. Ismail is onder behandeling bij Bureau Jeugdzorg en hoewel zij mij een enkele keer bellen voor informatie over het gedrag van Ismail op school, mag ik van hen niet horen wat er nou precies bij Ismail thuis aan de hand is. Ismail heeft recht op privacy.

Het rapport van Ismail is snel besproken. Drie dikke onvoldoendes en dat is niet best. Zijn moeder is er niet gelukkig mee, zoveel is duidelijk. Toch lijkt ze er met haar gedachten niet helemaal bij. Zwijgend blijft ze met het plastic roerstaafje in haar lege theebekertje roeren. ,,Ismail is thuis heel lui'', zegt ze dan. ,,Hij zit altijd achter de computer, spelletjes doen. Nooit helpt hij mij in huis.'' Ismail kijkt een beetje ongemakkelijk. Weinig spraakzaam als hij is, beaamt hij alleen: ,,Ja, ik ben lui.''

Zijn moeder blijft zwijgen boven haar theebekertje. Ik krijg het gevoel dat ze iets van mij verwacht, of wil. Ik besluit een gokje te wagen en ik begin Ismail te vertellen hoe het vroeger bij mij thuis ging. Dat mijn ouders gingen scheiden toen ik elf was. Dat mijn moeder toen voor drie kinderen moest zorgen, alleen. En dat ze veel moest werken, want drie kinderen en een huis kosten veel geld. Dat dat wel heel zwaar was voor mijn moeder. Dat ze dan erg moe was als ze thuiskwam uit haar werk. En dat mijn broers en ik haar altijd hielpen in huis. Dat we dat graag voor haar deden, omdat ze zo hard werkte voor ons.

Ik voel me wel een beetje schuldig over deze enigszins geromantiseerde versie van de werkelijkheid (voor de gelegenheid heb ik mijn vader even buiten beeld gelaten, die wel in een ander huis ging wonen maar altijd in alle opzichten op en top vader bleef, bijvoorbeeld). Maar de schuldgevoelens verdwijnen snel wanneer blijkt dat ik voor de juiste opening heb gekozen. ,,Mag ik vragen... Heeft uw moeder een nieuwe man?'', vraagt Ismails moeder. Ik knik. ,,En vonden uw broers en u dat goed?'' Ik vind dat een nogal wonderlijke vraag, maar ik leg uit dat wij heel blij zijn voor onze moeder, dat ze nu niet meer alleen is en dat er iemand is die voor haar zorgt. En dan begint de moeder van Ismail te vertellen. Drie jaar geleden is ze gescheiden van haar man omdat hij haar en de kinderen sloeg. Van haar familie in Egypte mag ze niet alleen met de kinderen, die in Nederland geboren zijn, hier blijven. Ze moeten allemaal terugkomen of ze moet hertrouwen. Doet ze geen van beide, dan komt haar broer naar Nederland om haar te vermoorden. Vanwege de schande. Teruggaan naar Egypte wil ze niet, ze ziet daar geen toekomst voor haar kinderen. Dus moet ze een nieuwe man, een Nederlandse Egyptenaar. Ze heeft hier nog een verre neef die daarvoor in aanmerking komt en de familie in Egypte heeft al goedkeuring gegeven. Maar Ismail niet. Hij is nu de oudste man in huis en hij keurt de potentiƫle nieuwe man van zijn moeder niet goed.

Ik kijk Ismail vragend aan. ,,Hij is geen goede man'', zegt Ismail stellig. En dat is duidelijk alles wat hij er op dit moment over kwijt wil. Moeder roert nog eens in het lege theebekertje en staat dan op: ,,Dank u wel.''

Wanneer ik even later op weg ben naar de docentenkamer, zie ik Ismail weer op de gang, stoeiend met een klasgenoot. Hij heeft de jongen stevig in de houdgreep en stompt hem triomfantelijk op rug en hoofd. Ik roep beide heren tot de orde. Er wordt niet gevochten op school. ,,O ja, sorry juf.''

mailIcon print |