Afgelopen weekend werd het kampioenschap van de mixed pairs gespeeld. Op zaterdag verschenen 109 gemengde paren aan de start, waarvan de beste 56 op zondag doorgingen naar de finale. Zoals altijd waren er weer heel wat gelegenheidscombinaties die een gooi naar de titel deden. Aan het eind van de zondagmiddag waren het de jeugdige Rosalien Barendregt en Vincent Kroes, die met ruim verschil de eerste plaats opeisten. Voor gevestigde paren was er geen hoofdrol weggelegd. Van Glabbeek-Maas eindigden op de vierde plaats, Vriend-Maas waren zelfs maar tiende. Machteld Dumont eindigde tweede. Ze haalde het volle pond uit een slordigheidje van de verdediging op dit spel (Zie diagram 1).
West Noord Oost Zuid
- - - pas
1 pas 3 1) dbl
4 pas pas pas
1) Bergen raise (-steun, invite)
Zuid kreeg de kans om met een uitkomstdoublet op 3 een ruitenstart van noord te vragen. Zuid nam H met A en speelde V na voor de aas. Er dreigen vier verliesslagen, twee in klaveren een schoppen en A. Hoe zou u spelen?
Dumont trok de troef, gooide op V een schoppen weg, troefde nog een ruiten en ging met schoppen van slag. Zuid nam en moest nu oppassen; ruiten en schoppen is in de dubbele renonce, dus zuid is gedwongen om klaveren te spelen. Zuid trok om duistere redenen niet B, maar 3 na. Dumont zette de acht, noord de negen, genomen met de aas. Toen zuid op de volgende klaveren B bijspeelde, mocht zuid die houden (noord kan niet overnemen, want dan is V hoog) en moest alsnog het contract brengen door in de dubbele renonce te spelen.
Meestal wordt er met wilde verdeling direct zo hoog mogelijk geboden, maar Willem-Jan Maas had succes met een 'langzame' aanpak op dit spel (Zie diagram 2).
West Noord Oost Zuid
- 1 1! dbl 1)
2 2 3 pas
pas 3 4! 4!
pas pas dbl pas
pas pas
1) Negatief (4krt )
Direct 4 volgen op de 1-opening lag meer voor de hand, maar Maas (oost) begon rustig met 1. Hierna bood zuid, nogal inconsequent, door tot 4, waarna Maas het genoeg vond en doubleerde.
Hij kwam uit met A en speelde een kleine ruiten na, die de leider door liet lopen naar de vrouw in zijn hand. Hij begon goed door A te spelen, waarop de heer uit de boom viel. Hierna volgde A en klaveren na voor de heer van Maas, die weer een kleine ruiten naspeelde. Het beslissende moment; de leider moet B leggen, schoppen naar de negen en er met klaveren uit gaan. Nu komt west aan slag en die moet een entree brengen, zodat de leider voor de tweede keer op B kan snijden. Door het 4-bod van Maas, speelde de leider klein en kwam nu met 9 in zijn hand, waarna er een entree te kort is om B onschadelijk te maken.
Tot slot dit doldwaze spel (Zie diagram 3), dat een leuk stukje casuïstiek voor (aankomende) wedstrijdleiders opleverde.
West Noord Oost Zuid
- - - 1
pas pas dbl pas
2 2 3SA pas
pas pas
Oost had het lastig na 2; hij gokte op 3SA. Zuid kwam uit met H, gedoken en gevolgd door V voor de aas van oost. Hij sloeg A in de hoop dat de heer sec zat bij de openaar, maar de heer viel niet. Hierna volgde een klein klaveren, waarop zuid begon na te denken, het was dus duidelijk dat noord H nog had. Om tijd te winnen zei de leider tegen noord ,,Neem na H, je ruiten maar mee''. Zich niet realiserend dat noord op de acht-zesde 2 geboden had, veronderstelde hij dat NZ nog een slag of vier met die ruiten konden maken. Toen de ruitenblokkade aan het licht kwam, had hij een probleem. Was dit nu een claim of niet?
De wedstrijdleider werd ontboden. Na H kunnen NZ nog twee ruiten meenemen, maar de leider heeft nog pas acht slagen. Met dit zitsel levert een harten-schoppendwang de negende slag op (omdat zuid 1 geopend heeft, moet hij een vijfkaart schoppen hebben en H; beide dekkingen kan hij niet vasthouden als de klaveren worden afgedraaid). Aangezien de dwang volledig automatisch is, besloot de wedstrijdleider aanvankelijk 3SA contract toe te kennen. Na wat uitvoerigere bestudering werd het resultaat teruggedraaid naar 3SA min 1.
Wat blijkt het geval? Stel dat zuid na H maar één ruitenslag meeneemt (dus 9 niet speelt), dan zou de leider kunnen denken dat zuid HVB sec heeft gehad en moet hij gaan raden. Zuid kan dan als de klaveren afgespeeld worden H sec zetten. De leider zou dan kunnen denken dat zuid VB9 HB heeft overgehouden, terwijl hij in werkelijkheid VB9 H en 9 nog heeft. Als de leider doorborduurt op de verkeerde veronderstelling, gaat hij down. De leider zal proberen zuid in te gooien door H, A en schoppen na te spelen, zodat zuid van HB naar de AV vork toe moet spelen. In werkelijkheid komt zuid dan met de achtergehouden 9 op de proppen en is de leider één down. Omdat de leider een dubieuze claim heeft gedaan, wordt elke zet in zijn nadeel uitgelegd, vandaar alsnog 3SA min één.
Voor gewone bridgers is dit bridge-gevlooi van de bovenste plank, maar voor wedstrijdleiders is het kost om van te smullen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.